[canon recensie]Bint blijft goed

Bint is met zijn zesenzeventig pagina’s waarschijnlijk een van de kortste en bondigste romans uit de Nederlandse literatuur. Een onomstotelijke klassieker. De roman van Ferdinand Bordewijk staat al jaren hoog op de literatuurlijsten van middelbare scholieren. Ook ik las dit boek voor het eerst tijdens mijn middelbare school tijd. Natuurlijk, de lengte van het boek speelt hierbij een belangrijke rol, maar is het niet gewoon terecht dat dit uit 1934 stammende boek nog steeds zoveel gelezen wordt? Heeft het nog steeds waarde in deze tijd?

De Bree is de tijdelijk aangestelde leraar Nederlands op de school van Bint. Een wetenschapper, die ter ‘verstrooiing’ les gaat geven op een middelbare school. Hij komt terecht op een school waar orde en tucht tot het uiterste zijn doorgevoerd. Rector Bint stelt geen vragen, hij stelt eisen: ‘Ik eis van de kinderen een stalen tucht.’ Die tucht is, volgens Bint, noodzakelijk om ‘reuzen’ van zijn leerlingen te ‘kweken’, geen wetenschappelijke, maar maatschappelijke reuzen. Bint heeft daarbij geen boodschap aan de psyche van zijn leerlingen. De leerling onderwerpt zijn wil, om zijn wil te ontdekken. Ieder woord dat een leraar uitspreekt moet een bevel te zijn. Hij eist ‘van de leraar dat hij zich niet inleeft in het kind, dat hij niet daalt’, integendeel de leerling dient zich in te leven in de leraar, opdat hij ‘stijgt’. In de loop van de roman neemt de Bree steeds meer de ‘pedagogische’ opvattingen van zijn rector over. Van een welwillende medewerker, wordt hij langzamerhand een gelovige navolger.

De Bree ziet zijn klassen als organismen, als ‘wezens’, en als een klas dat nog niet is dan moet zij het worden: “Een klas was een wezen. De leraren waren een wezen. Dan was de school een wezen. Zo deze.” Hij geeft zijn klassen dan ook bijnamen: de hel, de bruinen, de bloemen en de grauwen. De hel is het belangrijkste wezen op de school. Een klas waar de leerlingen wonderlijke achternamen hebben als Whipysinger, Punselie en Bolmikolke. Deze klas is de trots van Bint en de uitdaging van De Bree. De hel heeft De Bree’s voorganger weggepest, en hij is vast van plan zich dit niet ook te laten gebeuren. Hij verklaart de oorlog en voert vanaf de eerste dag de stalen tucht in deze klas in.

Bints regime stuit bij de gemeente en leerlingen op weestand, maar pas nadat een van de leerlingen in de kerstvakantie zelfmoord pleegt barst de bom. Er volgt na de vakantie een korte gewelddadige opstand. De van te voren door Bint geïnstrueerde hel drukt dit oproer binnen enkele minuten eendrachtig de kop in. Niet alleen accepteert de hel zonder morren het bestaande systeem, de hel blijkt bereid het systeem met geweld te bewaken. Ook De Bree raakt steeds meer in de ban van het systeem.

Nog eenmaal wordt zijn gezag door de hel betwist. Als De Bree besluit om een niet door Bint ingeplande rustdag in te lassen, gaan twee leerlingen uit de hel er op eigen houtje vandoor. De klas straft dit af. De Bree ziet nu echt het bijzondere van Bints creatie: ‘Ze stond achter de leraar, ze stond er voor, ze nam het voor hem op, ze name hem het werk uit handen’. Vanaf dan is de hel ‘bij De Bree een paradijs’. Ook in zijn andere klassen zal hij niet meer ‘dalen’ en voert hij de stalen tucht in. De Bree is overtuigd.

Alleen al om de stijl zou je dit boek gelezen moeten hebben. Die stijl is ongekend mooi, korte krachtige zinnen, soms bestaand uit slechts een enkel woord. De opening van de roman bijvoorbeeld, misschien wel de mooiste die ik ooit las: “De Bree zijn denken was hoekig en nors. De lucht lag laag morsig roetig. Novemberochtend.” Zonder uitgebreide beschrijvingen, geeft Bordewijk ons prachtige sfeer- en situatieschetsen. Zeer poëtisch ook: ‘een schepsel was daar, zwart, doodsbleek, dat toefde, keek’. Beknopt taalgebruik zonder opsmuk, maar toch vol beeldspraak en metaforen. Een uitzonderlijke eenheid van vorm en inhoud: “De Bree ging alleen naar huis. Er lag een vracht sneeuw. De maan, even aangeknaagd, verblindde. Het was roerloos. De lucht was koel tot in het diepst van zijn longen. Hij was licht van lucht.”

Natuurlijk is Bint ook historisch gezien een interessant boek, een parabel van de extreme politieke krachten die in de jaren dertig in Europa actief waren: Italië was fascistisch, Hitler was aan de macht in Duitsland, in Rusland had het communistische regime zich stevig genesteld. Een vergelijking met George Orwell’s Animal farm uit 1945 is best op zijn plaats. Waar Animal farm een waarschuwing was voor (de uitwassen van) het communisme, laat Bint, op nog veel meeslependere wijze, zowel de aantrekkingskracht als de gevaren van het fascisme zien.

Maar die inhoud van Bint is niet alleen historisch interessant. Het blijft het een afschrikwekkend voorbeeld van een (school)systeem dat je ieder kind wilt besparen. Het leverde een haast spreekwoordelijke bijnaam voor strenge leraren op. Zo was er een aantal jaren geleden een televisie-uitzending met de titel Bint in België, over Nederlandse kinderen die ‘getuchtigd’ werden op een Belgisch internaat. Maar ook in eigen land zijn de ideeën van Bint en De Bree niet zo ver te zoeken, als je in eerste instantie zou denken. Nog maar kort geleden pleitte de Lijst Pim Fortuyn voor herinvoering van de tuchthuizen en het instellen van opvoedingskampen voor ontspoorde jongeren. Tucht en discipline zou wel goede burgers van deze kinderen maken. En wat te denken van het strenge regime van de uit de Verenigde Staten overgewaaide Glenn Mills-scholen?

Niet alleen de tucht, orde en discipline van Bint is haast spreekwoordelijk geworden. Ook de reeks “uitzinnige Bordewijk-namen” van de ‘duivels’ uit de hel kom je steeds opnieuw tegen, zo schreef Jan Blokker vorig jaar over de nieuwe bestuursleden van de LPF: ‘Fabius. Moleveld. Nawijn. Pieterman. Swarte. Als je de namen zo achtermekaar opschrijft, zouden het leerlingen geweest kunnen zijn van De Hel’.

De blijvende invloed op de Nederlandse cultuur, de vorm en de inhoud, maakt dat ik hoop dat middelbare scholieren tot in de lengte der dagen dit boek op hun literatuurlijst blijven zetten.

Bint
Door: F. Bordewijk
Oorspronkelijke uitgave: 1934
Gelezen uitgave: Wolters-Noordhoff, 1998, 76 p.

Deze recensie van een ‘klassieker’ heb ik in oktober geschreven voor de practicum-werkgroep ‘Journalistieke kritiek’ (onderdeel van de Minor Journalistieke kritiek aan de Universiteit van Amsterdam).

One Response to [canon recensie]Bint blijft goed

  1. Pingback: Ferdinand Bordewijk – Bint | Literatuurlijst Nederlands 6aso

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

*

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>