“De genocide in Rwanda had voorkomen kunnen worden als de aanwezige signalen door de verantwoordelijken indertijd adequaat waren geïnterpreteerd en gecommuniceerd. Ondanks de beschikbare kennis en benodigde middelen lieten zij na actie te ondernemen.” Dat stellen Fred Grünfeld, bijzonder hoogleraar ‘Oorzaken van grootschalige mensenrechten-schendingen’ aan de Universiteit Utrecht en zijn co-auteur Anke Huijboom in hun boek’The failure to prevent genocide in Rwanda: the role of bystanders’.
Vanaf 7 april 1994 werden in ongeveer 100 dagen 800.000 tutsi en gematigde hutu vermoord. Volgendens de onderzoekers had dit voorkomen kunnen worden als “vroegtijdige waarschuwingen voor een naderende genocide waren omgezet in preventieve acties”. Grünfeld en Huijboom baseren dit aan de hand van onderzoeksrapporten, archieven en interviews. Volgens hen hebben leidinggevende politieke ambtenaren van de VN waarschuwingen van de meest gezaghebbende bronnen over wreedheden en voorbereidingen voor de genocide genegeerd. Vroegtijdige preventieven maatregelen werden zelf tegengehouden.
Dit zijn op zich geen nieuwe conclusies, maar het is belangrijk om ze nog eens te benadrukken. Dat doen Grünfeld en Huijboom in hun boek dat 24 mei in Utrecht gepresenteerd wordt.
Bron: Universiteit Utrecht

