3. De Rol van Ferdinand Nahimana bij de Genocide in Rwanda
Ferdinand Nahimana werd geboren op 15 juni 1950 in de Gatonde Commune in het noordwesten van Rwanda. Na zijn studie promoveerde Nahimana bij professor Chretien aan de Sorbonne Universiteit in Parijs en werd hij professor in de geschiedenis en decaan van de letterenfaculteit van de Nationale Universiteit van Rwanda in Butare. Een belangrijke en leidinggevende intellectueel in het grotendeels ongeletterde Rwanda. In 1990 werd hij benoemd tot directeur van ORINFOR (het Rwandese ministerie van Informatie), waar hij onder meer de verantwoordelijkheid en leiding kreeg over de nationale en op dat moment enige radiozender Radio Rwanda. Tot 1992 bleef Nahimana bij ORINFOR en trad in die functie ook op als woordvoerder namens de Rwandese regering in de (internationale) pers. Na zijn ontslag was het de bedoeling van de regering Habyarimana dat hij ambassadeur zou worden in Bonn, maar dit werd door de Duitse regering geweigerd. Nahimana was een belangrijke adviseur van Habyarimana voornamelijk op het gebied van de buitenlandse politiek. Tijdens en vlak na de genocide was hij adviseur van de interim-regering. Hij was lid van en nauw betrokken bij de MRND, de partij van president Juvinale Habyarimana, en zou minister worden in de overgangsregering.
3.1 Wetenschappelijke legitimatie voor de Akazu
In zijn werk als historicus legde Nahimana zich toe op het herschrijven van de Rwandese geschiedenis. Volgens Allison des Forges schreef Nahimana, zowel voor als na de genocide, ‘etnische’ geschiedenis. Hij hield zich onder meer bezig met de herwaardering van de opvatting dat de Tutsi’s uit Ethiopië afkomstig waren. Verder richtte hij zich in zijn onderzoek vooral op de prekoloniale Hutu-koninkrijken in de noordwestelijke regio’s van Rwanda, de regio waar ook de ‘Hutu power’-ideologie ontstond en de Akazu vandaan komt.
Deze Akazu (wat letterlijk ‘klein huis’ betekent) vormde zich begin jaren negentig. Een machtige clan rondom Agathe Habyarimana (de vrouw van de president) met dominante posities op nationaal en regionaal niveau, binnen de administratieve en militaire elite en rondom de president van Rwanda. Zij baseerden hun historische legitimiteit op die oude Hutukoninkrijken. Nahimana gaf de Akazu met zijn studies wetenschappelijke legitimiteit voor hun leidende rol en ook intellectuele respectabiliteit voor hun claim van ‘Bantu puurheid’.
a. Nahimana legt de geschiedenis uit op de radio
Natuurlijk legde Nahimana de uitkomsten van zijn historisch onderzoek vast in boeken en artikelen, gericht op de intellectuele (althans minimaal geletterde) bevolking. Maar Nahimana sprak ook regelmatig op Radio Rwanda om de ongeletterde massa van zijn ‘nieuwe geschiedenis’ te vertellen. Hij wilde hiermee de eenheid van de Hutugemeenschap bevorderen en historische mythes en geruchten vervangen door ‘feiten’. De invloed van deze uitzendingen moet vrij groot zijn geweest. Radio Rwanda was op dat moment de enige radiozender in Rwanda en dus had Nahimana een enorm publiek. Bovendien zal het voor de luisteraars waarschijnlijk een welkome afwisseling zijn geweest om, in plaats van ellenlange toespraken van de president, verhalen te horen over de geschiedenis van hun land. Maar Nahimana had hiermee niet alleen een groot publiek, hij kon, gezien de rol die de radio in de Rwandese samenleving speelt, op deze manier zijn interpretatie van de Rwandese geschiedenis, presenteren als de officiële interpretatie van de geschiedenis.
3.2 ORINFOR - Twee voorbeelden van Nahima’s werkwijze als propagandist
Nahimana kon grote inhoudelijke invloed uit oefenen op Radio Rwanda. In tenminste één duidelijk geval, gebruikte hij die macht om geweld tegen Tutsi’s uit te lokken. In maart 1992 was bij de redactie van Radio Rwanda een document binnen gekomen met de boodschap dat, de liberale partij PL de ‘binnenlandse afdeling’ van het RPF was en dat er plannen werden gemaakt om belangrijke Hutuleiders te vermoorden.
In eerste instantie besloot de redactie deze aanklacht niet uit te zenden, aangezien de authenticiteit van de informatie en de verzender van de Fax, ‘Commission Inter-Africainse pour Non-Violence’ in Nairobi, niet geverifieerd kon worden. In werkelijkheid was dit een door ambtenaren in Bugusera gefabriceerd document, en bestond de organisatie in Kenia helemaal niet. Het was Nahimana zelf die deze redactionele beslissing terugdraaide. Zonder zelf een onderzoek naar de feiten in te stellen, droeg hij de redactie op de berichten wel uit te zenden. Hierna werden de verdachtmakingen dagenlang uitgezonden op Radio Rwanda en verscheen ook Nahimana zelf op de radio. In deze uitzending zou hij gezegd hebben dat de de ‘Inyenzi-Inkotanyi’ van plan waren Rwanda over te nemen en dat deze ‘Machivelliaanse’ plannen vernietigd moesten worden. Dit zorgde natuurlijk voor angst onder de Hutubevolking en leidde tot gewelddadige uitbarstingen van geweld op de Tutsibevolking. Nog dezelfde avond verschenen de Interhamwe en de presidentiële garde in Bugesera. In korte tijd werden tweehonderd Tutsi’s en gematigde Hutu’s vermoord.
De gebeurtenissen in Bugusera en de relatie met radio-uitzendingen zijn om meerdere redenen van groot belang. Ten eerste laten zij al in 1992 zien wat zich in 1994 op grote schaal zou gaan afspelen: moordpartijen na een radio-uitzending met opzettelijk onjuiste informatie. Hier konden kwaadwilligen, hetzij particulier het zij van overheidswege in de toekomst makkelijk meer misbruik van gaan maken. Ten tweede was het bij deze moorden in Bugesera, dat de Interhamwe voor het eerst door de autoriteiten gebruikt werd om het vuile werk, het vermoorden van de onschuldige Tutsi bevolking, op te knappen. Het lijkt een generale repetitie voor wat zich twee jaar later op grote schaal zou gaan afspelen.
Een tweede voorbeeld van Nahimana’s propaganda ‘trucs’, was het produceren en verdedigen van een vals mensenrechtenrapport in 1993. Begin 1993 verscheen er een zeer kritisch rapport over de mensenrechtensituatie in Rwanda, geschreven door een internationale mensenrechtencommissie bestaande uit verschillende organisaties, waaronder Human Rights Watch. De commissie concludeerde dat de Rwandese regering zich in de periode tussen oktober 1990 en januari 1993 op systematische wijze had schuldig gemaakt aan mensenrechtenschendingen. In deze periode zouden ongeveer tweeduizend mensen zijn vermoord veelal met als enige aanleiding dat ze Tutsi waren. De mensenrechtencommissie legde de schuld bij de Rwandese autoriteiten ‘op het hoogste niveau’. In het rapport werd onder andere gewezen op de rol die Nahimana speelde in de Bugusera slachting van honderden Tutsi’s.
Hoewel de Rwandese regering deze mensenrechtenschendingen in een officiële verklaring zei te betreuren en hervormingen aankondigde. Organiseerde de regering tegelijkertijd een ‘onafhankelijke’ eigen mensenrechtencommissie, bestaande uit vier ‘nieuw opgerichte’ mensenrechtenorganisaties, een commissie die als enige doel had de beschuldigingen uit het rapport van de internationale commissie te ontkrachten. (De namen van de organisaties leken, volgen HRW, opmerkelijk veel op die van bestaande mensenrechtenorganisaties.) De Rwandese commissie schreef een kritisch pamflet over de internationale commissie en hield hierover persconferenties in Europa en de Verenigde Staten. Volgens HRW was Ferdinand Nahimana de leider van deze propagandastunt. Zo was Nahimana in maart 1993 persoonlijk aanwezig op een mensenrechtenconferentie in België, om journalisten daar ervan te overtuigen dat van mensenrechtenschendingen in Rwanda geen sprake was.
Net als bij zijn ingrijpen bij Radio Rwanda in maart 1992, kunnen we dit zien als een voorbode van wat zich later af zou spelen. In beide gevallen gebruikte, naar we kunnen aannemen, Ferdinand Nahimana valse informatie als propagandamiddel. Niet alleen binnen Rwanda, maar ook in het buitenland. Er werkt gebruik gemaakt van misleiding en omdraaien van de schuld.
3.3 Een definitieve oplossing, Nahimana’s essay
In de jaren voor de genocide werden er paramilitaire organisaties opgericht, waaronder de Interhamwe door Habyarimana getrouwen. Daarnaast werd er, vooral na de aanval van RPF in februari 1993, gepleit voor een partijonafhankelijke ‘burgerlijke zelfverdedigingsmacht’. Zij werden getraind door voormalige soldaten en politieagenten, die de leiding konden hebben bij het aanvallen van de ‘vijand’ binnen de Rwandese landsgrenzen.
Nahimana schreef op 21 februari 1993 een brief met een essay naar zijn vrienden en kennissen binnen de Rwandese politieke en intellectuele elite. In deze documenten pleitte hij voor de implementering van een burgerlijk zelfverdedigingsprogramma, waarin volgens hem vooral jongeren opgenomen moesten worden die door de aanvallen van RPF ontheemd waren geraakt. Hij schreef dat deze burgermilitie de veiligheid binnen het land moest handhaven, wat volgens Des Forges impliceert dat het vooral gericht was op burgers binnen Rwanda en niet op mogelijk nieuwe aanvallen van RPF. Het lijkt er sterk op dat Nahimana zich met opzet richt op mensen met bijzondere wraakgevoelens voor die ‘vijand’, aangezien hij vooral jonge ‘ontheemden’ wilde rekruteren, jongeren die ongetwijfeld extra gemotiveerd zijn om tegen buitenlandse of binnenlandse ‘vijanden’ te vechten.
Verder stelde hij voor dat ze vuurwapens en andere wapens zouden moeten krijgen om de bevolking te kunnen ‘beschermen’. Ruim een jaar later en iets meer dan week voor het begin van de moordpartijen, op 28 maart 1994, schreef hij opnieuw een brief en liet hierbij hetzelfde essay voor de tweede maal circuleren. In de tweede brief vroeg hij om suggesties voor een ‘definitieve oplossing’ voor de problemen in Rwanda, riep hij op tot nationale eenheid en veroordeelde hij tegelijkertijd de ‘Tutsi Samenzwering’ met haar plannen voor een groot ‘Hima Rijk’. De elite moet hierbij, volgens Nahimana, niet afzijdig blijven maar samenwerken met lokale bestuurders, om de bevolking wakker te schudden voor het grote gevaar van deze oorlog. Dit document wordt veelal gezien als een intellectuele legitimatie voor het oprichten van de Interhamwe en andere paramilitaire organisaties. Meer nog is van belang dat in de genocide van 1994, naast de al bestaande milities, de met kapmessen bewapende gewone bevolking van Rwanda een zeer belangrijke rol speelde (meer dan 100.000 mensen zijn er later gearresteerd voor genocidale praktijken). Tijdens de rechtszaak zou de aanklager deze geschriften vergelijken met, de joodse samenzwering, zoals die in Nazi-propaganda werd gebruikt, en de vergelijking is ook treffend: ‘een binnenlandse vijand’ die uit is op de volledige macht in de staat.
3.4 Nahimana’s verhouding met Tutsi collega’s
Verschillende getuigen in de rechtszaak tegen Nahimana hebben aangegeven dat Nahimana zijn hele leven lang Tutsi’s ongelijk behandelde. Toen hij nog studeerde discrimineerde hij zijn Tutsi medestudenten, later als professor zijn Tutsi studenten, bij toelating van studenten op de universiteit en bij benoemingen op de faculteit, en bij ORINFOR zijn Tutsi werknemers. Bij ORINFOR was Nahimana ook belast met het personeelsbeleid, volgens Agnes Murebwayire gebruikte hij deze macht om Tutsi’s te ontslaan. Murebwayire getuigde in februari 2001 dat zij nadat ze achttien jaar voor Radio Rwanda had gewerkt in 1991 zonder opgave van rede door Nahimana werd ontslagen.
Nahimana, die door Murebwayire een wolf in schaapskleren genoemd werd, zou haar daarna op een MRND-bijeenkomst in 1992 als staatsgevaarlijk hebben bestempeld en haar ervan hebben beschuldigd informant voor de Belgische staat te zijn. Tijdens deze bijeenkomst werd er een lijst zijn opgesteld van mensen die door de Interhamwe geliquideerd moesten worden. Murebwayire stond op deze lijst, maar werd door één van de militieleden gewaarschuwd. Niet lang na de bijeenkomst stonden gewapende militieleden bij haar voor de deur, die door de Nationale Politie gearresteerd werden.
Getuige ‘X’ die destijds voor Nahimana bij ORINFOR gewerkt had en zelf lid was van de Interhamwe, vertelde in de rechtbank dat Nahimana zich regelmatig negatief uitliet over Tutsi’s, die hij ervan beschuldigde dat ze de macht wilden grijpen, Hutu’s uit het zuiden waren volgens Nahimana geen haar beter. Daarnaast vertelde ‘X’ dat Nahimana hem eens gevraagd had een nieuwe secretaresse voor hem te zoeken, omdat zijn huidige secretaresse Tutsi was.
Collega historicus José Kagabo verklaarde dat Nahimana in zijn studententijd op 23-jarige leeftijd tot het extremistische kamp was toegetreden. In 1973 werd hij lid van ‘Comité de salut public’ een groep gewapende extremisten. Zij zouden lijsten gemaakt hebben van Tutsi’s, die vervolgens van hun posities op scholen, universiteiten en andere publieke sectoren werden verwijderd. Net als Murebwayire werd ook Kagabo door Nahimana als een “vijand van de staat” bestempeld. Dit deed Nahimana tijdens een persconferentie in 1990 naar aanleiding van een aanval van het RPF op Rwanda. Tijdens deze persconferentie verdedigde Nahimana als regeringswoordvoerder de officiële regeringspositie.
3.5 Nahimana’s rol bij RTLM
Nadat er in april 1992 een brede coalitieregering van MRND met de gematigde MDR, de liberale PL en de sociaal-democratische PSD geformeerd was, werd een andere richting voor Radio Rwanda geëist. Nahimana werd van zijn post bij ORINFOR verwijderd. De toon van Radio Rwanda werd hierna gematigder en kreeg meer oog voor de diversiteit in de Rwandese samenleving.
Als reactie hierop, en op de inmiddels door het RPF opgerichte radiozender Radio Muhabura, besloot een groep Hutu-‘hardliners’ al in de herfst van 1992 een eigen particulier radiostation op te richten. Mogelijk waren zij zich er bewust van dat om verdere internationale kritiek te voorkomen, de anti-Tutsi propaganda beter via een ‘privaat’ radiostation kon lopen. In juli 1993 werd door hen Radio Television Libre de Mille Collines opgericht, dat in augustus 1993 haar uitzendingen begon.
Nahimana die, door zijn ervaring bij Radio Rwanda en door het volgen van cursussen bij de Belgische zenders BRT en RTBF in 1990 en 1991 , een ervaren ‘mediaman’ geworden was, speelde een centrale en leidinggevende rol. Hij was naast directeur, ook initiatiefnemer en aandeelhouder van de radiozender, die later de ‘soundtrack’ of (misschien beter gezegd) de opzwepende ‘oorlogsdrum’ zou worden van de genocide.
Het is duidelijk dat deze zender vanaf het begin een stem wilde geven aan de extremistisch Hutu-power ideologie, een stem die overal gehoord moest worden. Onder leiding van Nahimana begon RTLM steeds zwaardere beschuldigingen richting de Tutsi’s en de Hutu’s in de oppositie te uiten. Steevast werden Tutsi’s gelijkgeschakeld met het RPF, werd naar hen gerefereerd als ‘inyenzi’ (kakkerlakken) of ‘inkotanyi’ (vijanden). Belangrijke gematigde en oppositionele politici en mensenrechtenactivisten zoals Monique Mujawamariya werden door de radio zender publiekelijk bestempeld als de vijand. RTLM riep de luisteraars op om deze vijanden ‘op welke manier dan ook’ uit het land te verwijderen.
3.6 Getuigen over Nahimana’s rol bij RTLM
In de rechtszaak tegen Nahimana traden een aantal getuigen op die de rol van Nahimana bij RTLM nader toelichtten. Vooral de getuigenissen van Francois Nsanzuwera en ‘GO’ geven inzicht in zijn autoriteit bij de radiozender en daar buiten.
a. Nahimana schreef teksten voor RTLM
Op 23 april getuigde Francois Nsanzuwera, een voormalige openbaar aanklager in Rwanda, tegen Nahimana. Volgens Nsanzuwera was er bij ORINFOR groeiende bezorgdheid over de uitzendingen van RTLM en werden de leiders diverse malen op het ministerie ontboden voor een gesprek. Er vond onder andere een ontmoeting tussen onder meer Nahimana (als directeur van RTLM), de Minister van Informatie Faustin Rucogoza en aanklager Nsanzuwera zelf plaats in februari 1994. Tijdens deze ontmoeting maakten de aanklager en de minister hun bezorgdheid kenbaar over het aanzetten tot etnische haat door RTLM. Hoewel beiden achter het nieuwe beleid van persvrijheid stonden, moesten dit soort uitzendingen worden gestopt. Volgens Nsanzuwera werd afgesproken dat RTLM zou stoppen met de ‘explosieve’ uitzendingen. De minister was echter niet van mening dat journalisten die zich hieraan schuldig maakten, gearresteerd moesten worden en was hij het niet eens met de door Nsanzuwera voorgestelde boetes. In de maanden die volgden, was het alsof de ontmoeting nooit had plaatsgevonden, in tegendeel, de uitzendingen werden alleen maar erger. Eind maart werd bij ORINFOR overwogen RTLM te sluiten, maar dit gebeurde uiteindelijk niet. Rucogoza zou daarbij gezegd hebben: ‘als we die zender sluiten, zullen ze ons vermoorden’.
Nsanzuwera vertelde verder dat het moeilijk was een zaak tegen de journalisten en managers van RTLM te beginnen doordat veel mensen die via de zender bedreigd werden, te bang waren om aanklachten in te dienen. Maar nadat de toenmalige hoogste ambtenaar bij het Openbaar Minister, Aphonse Nkutibo, er door RTLM van beschuldigd werd in een complot te zitten om de president te vermoorden, wilde Nkubito dat de verantwoordelijke RTLM-journalisten en hoofdredacteur Kantano Habimana wel aangeklaagd werden. Er werd een onderzoek ingesteld, maar toen Habimana ondervraagd werd, wees hij op zijn leidinggevenden en stelde dat hij slechts een door Nahimana overhandigd telegram had voorgelezen. Ook zei hij dat als het OM dat document wil hebben het bij Nahimana moest zijn, ‘wij, RTLM-journalisten, zijn maar kleine vissen’. Volgens Habimana werden er soms complete nieuwsteksten door Nahimana zelf geschreven, de journalisten lazen ze daarna alleen op. Toen Nsanzuwera dit rapporteerde hoofdaanklager Nkubito, besloot deze de zaak dan maar te laten vallen: ‘als Nahimana er achter zit, kan je niet naar de rechtbank, dan zit de hele Akazu erachter en worden we vermoord’. Nkubito zou gezegd hebben, dat er geen noodzaak is ‘ons te laten vermoorden voor deze zaak’. Nkubito adviseerde Nsanzuwera Nahimana zelf niet te gaan ondervragen.
De angst bij het OM en bij minister van Informatie Rucogoza was zeker niet ongegrond, het kantoor van de aanklager werd regelmatig aangevallen door milities van de Interhamwe en Impuzamugambi. In april 1994 was Minister Rucogoza één van de eerste mensen die, met zijn hele gezin, door de presidentiële garde werd vermoord. Ook de belangrijkste buitenlandse Rwanda-expert, Allison des Forges, stelde in haar verklaring voor de rechtbank, dat de autoriteiten de uitzendingen van RTLM niet stopten omdat ze bang waren voor de gevolgen.
Ook getuige ‘GO’ was aanwezig bij bijeenkomsten tussen ORINFOR en RTLM. ‘GO’ was een Hutu die door de Minister van Informatie was aangesteld om de berichtgeving van RTLM op te nemen en er over te rapporteren. Volgens ‘GO’ ageerde Nahimana, tijdens de bijeenkomst, tegen de vredesakkoorden, volgens Nahimana waren de Arusha Akkoorden geen vredesakkoorden maar een ‘Tutsi-val’ om de revolutie van 1959 terug te draaien. Nahimana zou tijdens de bijeenkomst gezegd hebben dat, zolang Radio Muhabura de belangen van Tutsi’s bleef dienen, hij de belangen van de Hutu-meerderheid zou blijven dienen.
De bijeenkomsten tussen ORINFOR en de leiding van RTLM hebben volgens ‘GO’ in ieder geval op 26 november 1993 en op 10 februari 1994 plaats gevonden. Hierbij zouden de drie aanwezigen van RTLM (Felicien Kabuga als voorzitter, Nahimana als directeur and Barayagwiza als ‘medeoprichter) ontkennen dat ze de zender een haatboodschap verspreidde, er waren hooguit fouten gemaakt door individuele journalisten. Volgens ‘GO’ beschouwde Nahimana de minister en de andere aanwezigen als handlangers van het invallende RPF leger.
b. Nahimana’s status legitimeert RTLM
Met zijn status als vooraanstaand intellectueel en wetenschapper gaf de in Parijs gepromoveerde historicus Nahimana legitimatie aan de haatboodschap en propaganda van RTLM. Maar zijn invloed was groter, volgens de eerder genoemde collega historicus José Kagabo, getuige voor het tribunaal, was Nahimana de ideoloog van het extremisme, waarbij ook hij vooral wees op zijn pleidooi voor een burgerbewapeningsprogramma. Zeker vanaf het moment dat Nahimana zijn baan als professor op gaf om de overheidspropaganda te gaan leiden bij ORINFOR in 1990, stond zijn leven geheel in het teken van propaganda. Propaganda die hij zoals al eerder bleek met opzet tegen de Tutsi’s richtte. Nadat hij in 1992 werd ontslagen bij ORINFOR en als ambassadeur in Duitsland geweigerd werd, kreeg hij opnieuw de mogelijkheid de publieke opinie met haat te ‘vergiftigen’: hij nam, met anderen, het initiatief tot oprichting van RTLM en kreeg er de leiding. Zeker in een relatief onderontwikkeld land als Rwanda, ben je als in het buitenland opgeleide professor, een belangrijke figuur in de samenleving, een voorbeeld waar mensen tegen opkijken. Hij gaf met zijn betrokkenheid niet alleen de zender legitimiteit maar ook de moordenaars, die hun opdrachten via de zender ontvingen.
3.7 Nahimana’s politieke betrokkenheid
Nahimana was een actieve aanhanger van de partij van president Habyarimana, de MRND. Hij was in die hoedanigheid benoemd als directeur bij ORINFOR. Hij was adviseur van de president en, zo maakte minister-president Faustin Twagiramungu op 18 maart 1994 aan Radio Rwanda bekend , zou als minister namens de MRND onderdeel uit gaan maken van de overgangsregering,die onder de Arusha Akkoorden gevormd moest gaan worden (en waarin ook RPF zitting zou nemen),.
Kagabo getuigde dat Nahimana als directeur van ORINFOR in de praktijk al de rang van minister had, hij participeerde in kabinetsbijeenkomsten, sprak in het openbaar namens de regering en kon censuur toepassen. Hij vertelde dat Nahimana niet alleen ontslagen werd naar aanleiding van de uitzending van maart 1992, maar ook een eerdere uitzending uit 1991, waarin hij het uitzenden van een militair communiqué had bevolen. Nahimana werd toen al beschouwd als een aanstichter van haat op de radiogolven van de nationale zender.
Dat Nahimana een hoge positie had binnen de regering van Habyarimana staat buiten kijf, officieel een hoge ambtenaar, was hij een vertrouweling en adviseur van de president en een belangrijke propagandist naar de buitenwereld. Zo vond ik twee artikelen uit 1991 over de inval van het RPF in Rwanda, waarin Nahimana als woordvoerder optrad namens de regering.
Op een partijbijeenkomst van de MRND in 1993 was Nahimana aanwezig met enkele andere belangrijke figuren uit de media, waarmee hij later samen voor het Internationaal Tribunaal zou komen te staan: tweede man bij RTLM en oprichter van de extremistische CDR partij Barayagwiza en hoofdredacteur Ngeze van de extremistische krant Kangura. Op deze bijeenkomst waren ongeveer 15.000 mensen aanwezig waaronder veel militieleden die er door regeringsbussen waren gebracht. Tijdens de bijeenkomst riep partijvoorzitter Ngirumpatse de toehoorders op naar RTLM te luisteren, in plaats van ‘Inyenzi’ (dus RPF aanhangende) Radio Rwanda. Ook Nahimana zelf nam het woord en zei dat RTLM gebruikt moest worden voor de boodschap van ‘Hutu Power’ en vroeg om financiële bijdragen voor de zender. RTLM’s Tweede man Barayagwiza zei dat ze RTLM gebruikten om de ‘Inyenzi’ te bevechten en waarschuwde bovendien dat de ‘Inyenzi’ niet ver weg waren en zich zelfs onder de aanwezigen bevonden. RTLM versloeg deze bijeenkomst en zond veel van de toespraken uit, waaronder die van Nahimana.
Niet alleen vereenzelvigden Nahimana en Barayagwiza zich hier met de racistische boodschap van ‘Hutu Power’, zij gaven publiekelijk toe dat ze de radio hiervoor gebruikten, dat ze de vijand als Tutsi identificeerden en dat de handlangers van die vijand zich overal kon bevinden, zelfs onder de aanwezigen van een MRND-partijbijeenkomst. Dezelfde propaganda gericht op angst en haat zaaien waarvoor zij bij RTLM verantwoordelijk waren, gebruikten zij dus op tenminste één politieke bijeenkomst in het openbaar.
3.8 Ook betrokken bij de Interhamwe?
In de periode tussen januari en juli 1994 heeft Nahimana verschillende vergaderingen met de Interhamwe in het prefectuur Ruhengeri georganiseerd, althans dat was één van de niet bewezen verklaarde aanklachten tegen Nahimana. Volgens getuige ‘EAN’ zou Nahimana zowel op 29 maart als op 12 april 1994 bij vergaderingen met de Interhamwe aanwezig zijn geweest en daar opdrachten gegeven hebben tot het vermoorden van Tutsi’s in respectievelijk Nyarutova en Gatonde. De moorden in deze gebieden zouden pas na deze bijeenkomsten zijn begonnen.
Hoewel de rechtbank het bewijs niet overtuigend vond is het natuurlijk heel goed mogelijk dat Nahimana betrokken was en contact had met de Interhamwe. Zowel gezien zijn steun aan de MRND, waarvan de Interhamwe de militante jongerenorganisatie vormde, maar vooral ook gezien de inhoud van zijn eerder genoemde essay dat hij juist in deze periode opnieuw in roulatie had gebracht. In ieder geval kunnen we hem zien als een van de mensen die ideologische legitimatie gaf aan de vorming en bewapening van milities en burgerwachten.
3.9 Nahimana tijdens de genocide
Tijdens zijn rechtszaak stelde Nahimana niet verantwoordelijk te zijn voor de inhoud van de uitzendingen na 6 april 1994. Dat dit slechts een poging straf te ontlopen blijkt onder andere uit een uitzending van Radio Rwanda op 25 april. Tijdens deze uitzending zei Nahimana blij te zijn dat RTLM een belangrijke rol had in het wakker schudden van de ‘majority people’, waarmee hij de Hutubevolking bedoelde, en dat de bevolking opstond tegen de vijand. De uitzendingen van RTLM waren onderdeel van the ‘oorlog van de media, woorden, kranten en radiostations’, die een aanvulling op de kogels vormden. In juni 1994 werd Nahimana benoemd tot adviseur van de toenmalige president van Rwanda, Theodore Sindikubwabo. Ook zou hij in een nieuwe regering minister van onderwijs worden.
Volgens Nahimana stond RTLM vanaf 6 april onder de controle van het leger, vanaf dat moment zou hij er niets meer te vertellen hebben gehad. Een onwaarschijnlijk verhaal, vooral ook omdat hij in juni/juli wel succesvol intervenieerde in de uitzendingen van RTLM. Toen zorgde Nahimana er namelijk persoonlijk voor dat de zender stopte met de ‘aanvallen’ op de VN-missie Unamir en op Generaal Romeo Dallaire persoonlijk. Deze uitzendingen stopten prompt nadat Nahimana gevraagd was hier wat aan te doen.
a. Nahimana afwezig in de lange maand april
Een groot deel van de maand april (‘the month that would not end’ zoals Allison des Forges hem noemde) was Nahimana niet in Rwanda. Op 8 april nam hij met zijn familie intrek in de Franse ambassade. Op 12 april werd Nahimana, samen met de Franse diplomaten geëvacueerd naar Burundi. Daar aangekomen ontmoette hij de voormalige ambassadeur van Burundi in Kigali Marc Nteturuye die, duidelijk verbaast Nahimana te zien, zei: ‘ik hoop dat je die verdomde RTLM radio van je niet hebt meegenomen’. Waarop Nahimana reageerde: ‘excellentie, waarom bent u bang voor RTLM?’. De ambassadeur antwoordde: ‘als het naar Burundi zou komen, denk ik dat Burundi nog de volgende dag zou verdwijnen.’ Later zou Nahimana zeggen, dat hij blij was met de reactie van de ambassadeur, omdat het bewees dat RTLM succesvol was in het ‘wakker schudden van de meerderheidsbevolking’.
Op 25 april was Nahimana alweer terug in het land en verscheen hij op Radio Rwanda. Hij introduceerde zichzelf als een van de oprichters van RTLM, een zender ‘die nu erg bekend is in het hele land’. Hij zei door de oorlog van de vijand, de ‘inkotanyi’, van zijn huis verjaagd te zijn, maar de ‘meerderheidsbevolking’ is opgestaan, daarom was hij zo snel terug in Rwanda, om zijn broeders te helpen in de strijd tegen de vijand. Op de vraag wat hij ervan vond dat de gewone bevolking in alle delen van het land, de militairen te hulp was geschoten, antwoordde hij: ‘Wij zijn zeer blij met zowel Radio Rwanda als RTLM, omdat die ons informeerden dat de bevolking in het hele land samen werkt met de gewapende krachten om de vijand een halt toe te roepen.’
Allison des Forges verklaarde, in de rechtbank, dat Nahimana ook na 6 april de leiding bij RTLM hield, er zijn allerlei aankoopbonnen op naam van Nahimana, soms betaald met zijn persoonlijke rekening. RTLM en Nahimana hadden volgens Des Forges een gezamenlijke rekening. Belangrijker nog is dat Nahimana tot in de rechtbank nooit afstand heeft genomen van de radiozender. Dit blijkt ook uit het interview dat hij in Kameroen aan de Franse Televisie gaf, in plaats van afstand nemen van RTLM, ontkende hij toen de betrokkenheid van RTLM bij de moorden.
3.10 Na de genocide
Nadat het RPF Rwanda in handen kreeg vluchtte Nahimana naar Kameroen, dit ondanks dat hij een visum had om naar Frankrijk te vertrekken . Kameroen was populair bij Rwandese ‘vluchtelingen’ omdat het geen uitleveringsverdrag met Rwanda heeft. In het interview dat op 6 februari 1995 door de Franse zender TF-1 uitgezonden werd, waarin Nahimana als voormalig directeur van RTLM sprak, erkende hij dat er moorden zijn gepleegd, maar niet dat RTLM hiertoe opgeroepen had, bovendien vond hij niet dat dit genocide genoemd mocht worden. Naast dat hij mopperde dat hij nog steeds geen aanstelling aan de universiteit van Kameroen had gekregen, stelde Nahimana zei niet bang te zijn voor vervolging, ‘heeft u een slager voor u?’ was zijn wedervraag aan de interviewer.
Niet lang na de overname van Rwanda door het RPF, kwam Nahimana terecht op de zogenaamde gammalijst van het Internationaal Tribunaal. De nieuwe Rwandese regering had een lijst opgesteld met de belangrijkste leiders van de genocide. Uit deze lijst werd door de aanklagers van het Tribunaal de ‘gammalijst’ samengesteld, met individuen uit alle lagen van de Rwandese bevolking die betrokken waren bij de genocide en waarvan men dacht dat ze zowel gepakt als veroordeeld konden worden. Hiermee wilde het Tribunaal zo representatief mogelijk te werk gaan. Een jaar na het interview met de Franse televisie, in februari 1996, werd Nahimana samen met tien andere kopstukken gearresteerd in Kameroen. Een arrestatie die voor het Tribunaal, die haar zaken nog lang niet op orde had, eigenlijk te vroeg kwam. In deze periode waarin het Rwanda Tribunaal veel internationale kritiek kreeg, vroeg ook Rwanda zelf om uitlevering van deze mannen. De regering in Kigali had geen vertrouwen in de werking van het tribunaal, dat bovendien de doodstraf niet kon opleggen. Na veel juridisch getouwtrek en politieke druk op president Paul Biya van Kameroen, werd Nahimana, met enkele anderen, in januari 1997 uitgeleverd aan het Tribunaal in Arusha.
Begin 2001 begon rechtzaak ICTR-99-52-T, de aanklager tegen Ferdinand Nahimana, Jean-Bosco Barayagwiza en Hassan Ngeze, die internationaal bekend kwam te staan als ‘the Media Trial’. Op 3 december 2003 werd Nahimana tot levenslange gevangenisstraf veroordeeld voor genocide, samenzwering tot het plegen van genocide, publiekelijk oproepen (‘direct and public incitement’) tot genocide en misdaden tegen de mensheid (vervolging en vernietiging). Momenteel zit Nahimana, in afwachting van zijn hoger beroep, in de VN-gevangenis in Arusha.

Gemeenteraads- verkiezingen in Amsterdam
Zappen, Sniffen en Klonen: interventies met RFID-chips