4. Het verhaal van Ferdinand Nahimana
Om een goed inzicht te krijgen in het handelen van de persoon Ferdinand Nahimana, zal ik hieronder zijn versie van het verhaal optekenen, zoals hij dat tijdens zijn rechtszaak naar voren bracht. Het is gebaseerd op berichten uit de media, voor een groot gedeelte, de berichten van Hirondelle News Agency, een onafhankelijk persbureau dat verslag doet van alle rechtszaken bij het Rwanda Tribunaal. De Nederlandse kranten hebben voor de uitspraak van de rechter nauwelijks aandacht aan de zaak besteed. Nahimana getuigde in de periode 18 tot 27 september 2006 en van 15 tot en 22 oktober 2002.
4.1 Scholier, student en sporter
Nahimana is geboren in Gahanga, Gatonde district in de provincie Ruhengeri (Noord Rwanda), als jongste van negen kinderen. Alleen hij en zijn broer zijn universiteit geschoold. Op dit moment zijn nog slechts één broer en één zus in leven, de rest is vermoord. Nahimana vertelde dat hij in een ‘opruimoperatie’ in 1997 390 van zijn van zijn familieleden en buren heeft verloren. . Nahimana ontkende in zijn jeugd actief te zijn geweest bij anti-Tutsi organisaties. Als jongen zou hij in de jaren ‘60 ‘de associatie ter verdediging van de Bakiga’ opgericht hebben, voor de mensen uit Noord-Rwanda. Volgens Nahimana had deze organisatie nooit bestaan, werd de term Bakiga in de jaren ’60 nog niet gebruikt (de term ‘Bakiga’ werd volgens Nahimana pas in de jaren ‘70 populair) en was het middelbare scholieren bovendien verboden organisaties op te richten.
Ook de beschuldigingen dat hij begin jaren ’70 betrokken was bij de aanvallen op Tutsi-studenten op de Nationale Universiteit, ontkende hij. Hij zei van het bestaan van een anti-Tutsi groep ‘comité de salut public’ te weten, maar daar niet aan mee gedaan te hebben. Wat hij wel deed was basketballen en volleyballen, waarbij hij zowel Hutu als Tutsi vrienden in zijn teams had. Hij vertelde dat hij de gekozen president was van ‘AGENUR’ een gewone studentenvereniging. Een opmerkelijk antwoord gaf Nahimana op de vraag of hij meedeed aan aanvallen op Tutsi-studenten in februari 1973: ‘ik had daar niet aan mee kunnen doen, omdat ik, hoewel ik Hutu ben, op een Tutsi lijk’, hij was bang dat men hem per ongeluk zou aanvallen. Hij zei dat hij zelfs aan een aantal aanvallers zijn identiteitskaart had moeten laten zien, de rest van de dagen bleef hij, ondanks de herrie buiten, binnen.
Volgens Nahimana waren de universitaire studenten over het algemeen niet etnisch maar regionaal verdeeld (in noord, zuid en midden Rwanda). De studenten identificeerden zichzelf niet in termen van etniciteit maar naar regio van oorsprong. Alleen de sporters, zoals Nahimana zelf, doorbraken die regionale scheidingen.
4.2 Over ORINFOR
Nahimana erkent dat ze bij ORINFOR in de periode 1991-1992 het RPF als vijand hebben ‘gedemoniseerd’. Radio Rwanda en de geschreven pers lieten de effecten van oorlog zien: verlies van mensenlevens en vernietiging van huizen. Wij wilden de bevolking duidelijk maken dat met deze vijand niet onderhandeld kon worden. Nahimana maakte hierbij de vergelijking met hoe in de VS de Taliban werd gekarakteriseerd na de terreuraanslagen van 11 september 2001. Ook stelde hij dat hij niet de autoriteit had zich inhoudelijk met de persberichten van regering te bemoeien en dat hij geen journalisten kon straffen voor opruiende inhoud van berichtgeving, alleen ministers hadden die macht. Hij zei zelf voorgesteld te hebben Kangura en Ijambo te sluiten, omdat deze bladen naar zijn mening de veiligheidssituatie van het land in gevaar brachten. Dit advies werd echter niet opgevolgd. Kangura reageerde wel en portretteerde Nahimana als een RPF-vriend.
Ook ontkende hij de beschuldiging dat hij als hoofd van ORINFOR een racistisch personeelsbeleid zou hebben gevoerd. Als voorbeeld gaf hij daarbij Agnes Murebwayire (die eerder tegen hem getuigde). Murebwayire’s vertrek was het resultaat van haar eigen ‘onethische gedrag’. Ze werd overgeplaatst naar het archief, maar weigerde daar te gaan werken en kwam zelf niet meer opdagen. ‘Ik ben niet de persoon die haar gevraagd heeft weg te blijven in die periode.’ Er bestond ook geen lijst van Tutsi’s die ontslagen moesten worden bij ORINFOR. Ook zei hij niet als ambassadeur geweigerd te zijn door de Duitse autoriteiten, maar zelf ervoor gekozen zijn academische carrière te hervatten.
4.3 Over (zijn rol bij) RTLM
Over RTLM vertelde Nahimana dat die was opgezet om de propaganda van het RPF op Radio Muhabura van repliek te kunnen bedienen. “Wij [de oprichters van RTLM] vonden het nodig, meer stemmen in de discussie over de Arusha Akkoorden te laten horen, als tegenhanger van de RPF Radio en om de mensen uit te leggen wat de effecten van de oorlog waren.” Als mensen het anti-RPF sentiment als anti-Tutsi sentiment interpreteerden, dan is dat niet de juiste interpretatie, zei Nahimana tegen de rechter. “Wij vonden het belangrijk om te discussiëren en dat deden we.” Na zijn vertrek kreeg de gematigde MDR de controle over ORINFOR en tekende de nieuwe leiding een memorandum met het RPF. Dit resulteerde in een, volgens de oprichters, van RTLM ongebalanceerde verslaggeving van de oorlog. “Als het RPF haar eigen station niet had opgericht en geen propaganda uitzond waarin zij de regering de schuld van de oorlog gaf, was RTLM waarschijnlijk ook niet opgericht, maar veel mensen waren ook ongelukkig met het beeld dat Radio Rwanda schiep”. Het doel van RTLM was volgens Nahimana niet Hutu’s tegen Tutsi’s opzetten en mobiliseren, maar het oprichten van een forum voor politieke discussie, als particulier station geld te verdienen met reclame-inkomsten, het tegengaan van RPF-propaganda en het bevorderen van de ideeën van pluralisme en de democratie. De zender werd, volgens Nahimana, zeker niet opgericht om mensen tot genocide, moord, verkrachting of welke misdaad dan ook aan te zetten.
Nahimana stelde dat hij zich niet met de dagelijkse gang van zaken bij RTLM bezighield, dat was de taak van Phocas Habimana. Hoofdredacteur Gaspard Gahigi had inhoudelijke controle over de zender. De leden van het ‘Comite d’initiative’ waren verantwoordelijk voor de financiële en bedrijfsmatige aspecten van de zender, niet de inhoudelijke. Hij ontkende zelf stukken geschreven of onderwerpen te hebben aangedragen. “People in charge of signing checks were not responsible for day to day running of the station“, aldus Nahimana.
Nahimana zei nooit directeur van RTLM geweest te zijn, niet als zodanig te hebben opgetreden in het contact met ORINFOR en dat er met documenten waaruit dat zou blijken gerommeld moest zijn. Hij had niet geprotesteerd tegen een door Kangura geplaatste foto van hemzelf met redacteur Gaspar Gahigi, met de tekst er onder ‘RTLM: Geen kans voor de Tutsi’s’, omdat Kangura zoveel dingen publiceerde waar hij het niet mee eens was. Hij zei verder dat Kangura wel een extremistisch blad was en citeerde daarbij vooral ‘extremistische’ opmerkingen over zichzelf.
Tijdens de moorden had hij helemaal geen contact meer met het station. Om precies te zijn vanaf 8 april, een paar dagen voor zijn evacuatie naar Burundi, had hij al het contact met RTLM verloren. Hij ontkende de beschuldiging dat hij terugkeerde in Rwanda om die banden te herstellen. Pas veel later zou hij de volledige inhoud van RTLM te horen krijgen en hij kon het in eerste instantie niet geloven. RTLM was niet meer de zender die hij had opgericht, ‘ja, we wilden de vijand bevechten, maar de vijand was niet een persoon te herkennen aan zijn neus.’ Ook zei hij dat hij in de periode april tot en met juli 1994 onmogelijk de uitzendingen had kunnen stoppen, wilde hij niet het risico lopen zelf vermoord te worden. Bovendien werd zelfs hij in deze periode door RTLM als een verrader werd afgeschilderd “zelfs mensen als Nahimana, van wie wij dachten dat ze serieus waren blijken dat niet te zijn”, was op de zender te horen. “Wat zou er gebeurd zijn als ik daar naartoe was gegaan om het moorden te stoppen? Mensen waren gedood en niet alleen Tutsi’s. Ik heb het niet geprobeerd, het was oorlog en ik moest aan het lot van mijn familie denken.”
Tijdens de moordcampagne was RTLM volgens Nahimana door een radicaal gedeelte van de oprichters gekaapt, de zender was niet meer te herkennen na 6 april. Ik hoorde niet bij die mensen die tegenwoordig extremisten worden genoemd. Ook werd er niet meer normaal uitbetaald door RTLM (waar Nahimana normaal gesproken verantwoordelijk voor was) maar door het leger en individuen die hoofdredacteur Habimana daar geld voor gaven.
Nahimana noemde het gedrag van de journalisten van RTLM onacceptabel. Hij legt de oorzaak bij alcohol- en drugsgebruik en opgelopen trauma’s. De, zoals hij het noemde, ‘crème de la crème’ van Rwandese journalisten, ging gedrogeerd aan het werk. Nahimana neemt het de redactie kwalijk dat ze dit niet opgemerkt hebben. Verschillende journalisten hadden trauma’s opgelopen onder andere bij een bomaanslag op het radio station, waarbij een van de journalisten zijn ledematen had verloren. Ook zouden mensen uit persoonlijke rancune gehandeld hebben, zoals journalist Kantano Habimana, wiens hele familie door het RPF vermoord was. Die man was boos op de ‘de mensen met smalle neus’.
4.4 Over (het woord) Genocide
In het interview met de Franse Televisiezender TF-1 in februari 1995 wees Nahimana de term genocide van de hand: “ik geef toe dat er bloedbaden hebben plaatsgevonden, slachtingen op grote schaal ‘maar ik verwerp het woord genocide.” En ook bagatelliseerde hij de rol van RTLM hierbij: “als er opgeroepen werd tot moord, dan moet je dat maar bewijzen. Ik heb in ieder geval een schoon geweten.”
Tijdens de rechtszaak verwoordde hij het als volgt: “Wat in Rwanda gebeurde was gruwelijk, duizenden, honderdduizenden Tutsi werden vermoord, voor geen enkele andere reden dan dat ze Tutsi waren, dit gebeurde in regio’s onder controle van de overgangsregering”. Het was “beestachtig, onmenselijk en onbeschrijfelijk gedrag” en zodra het begon zou hij gevlucht zijn naar de France ambassade, uit angst voor ‘bandieten’ die misbruik van de oorlog zouden kunnen gaan maken.
4.5 Nahimana’s propaganda
Op 19 september 2002, de tweede dag van zijn getuigenis, ontkende Ferdinand Nahimana een oprichter van de Interhamwe te zijn. Hij zei zelfs een tegenstander van de Interhamwe te zijn geweest en altijd voor vrede te hebben gepleit. Ook verklaarde hij op geen enkele banden met de milities gehad te hebben. Met zijn boeken en essays theoretiseerde hij de Interhamwe niet, dat was een foute interpretatie voor rekening van de aanklagers. ‘Mijn idee was niet het vormen van gewelddadige milities, ik wilde een burgermacht, opgebouwd uit alle groepen van de samenleving. ‘Ik ben een ‘gentleman’ en nooit lid geweest van een sektarische partij of de Interhamwe’.
De aanklager van het tribunaal vergeleek zijn essay ‘Rwanda: problemen en oplossingen’, waarin hij praat over een samenzwering van de Tutsi’s om het land te destabiliseren, met de nazistische theorieën van een ‘joodse samenzwering’ die verantwoordelijk zou zijn voor de Europese problemen. Een zeer explosieve opvatting op dat moment. Nahimana hield echter in de rechtszaal vol dat de ‘Tutsi league’ met haar samenzwering echt bestond, “dat weten we allemaal, het was een ontwikkeling die bestond en we kennen de consequenties ervan, het was een samenzwering van Tutsi-oppositiepartijen in de diaspora”. De aanklager hield echter vol dat Nahimana alle Tutsi’s bedoelde en niet alleen die in de diaspora.
Ook vond Nahimana het belachelijk dat zijn boek, Le Rwanda, émergence d’un Etat, als ideologie van de genocide werd afgeschilderd. Hij stelde dat je om de gebeurtenissen van 1994 te begrijpen in acht moet nemen dat er sinds 1990 een oorlog gaande was tussen de regering en het RPF en dat je, om het echt te begrijpen, eigenlijk terug moest gaan naar 1959, als er toen geen vluchtelingen waren geweest, was er ook geen aanval in 1990 geweest. “Ik vind het erg dat er veel mensen werden vermoord, dat is afschuwelijk, maar dat betekent niet dat er geen redenen voor waren”.
Het enige dat Nahimana in de rechtszaal wilde toegeven was dat hij sporadisch met de interim-regering had samengewerkt en dat hij zich op 14 juli opnieuw bij de regering had gevoegd. Pas toen zou hij op de hoogte zijn gekomen van het ‘disfunctioneren’ van RTLM.
4.6 Analyse van Nahimana’s verdediging
Nahimana ontkent, zoals zoveel genocideplegers doen, alle betrokkenheid bij de genocide van 1994. Natuurlijk ontkent hij ook, ondanks alle tegenbewijzen, dat hij ideologisch iets tegen Tutsi’s had, sterker nog, hij had in de jaren ’70 een aantal Tutsi’s tegen aanvallen van Hutu’s beschermd . Dit is een patroon dat je vaak terug ziet, zelfs daders die toegeven dat zij gemoord hebben, ontkennen vaak dat zij dit op ideologische gronden hebben gedaan. Een ideologische deelname verhoogt namelijk de kans op een veroordeling en zware straf.
Opvallend is dat Nahimana, met behulp van zijn getuigen, ook in zijn eigen verhaal een aantal van de propagandatechnieken die RTLM gebruikte: zo stelt hij bijvoorbeeld dat, als het RPF geen radiozender had op gericht, dan hadden wij het ook niet gedaan. Maar hij gaat nog een stapje verder, ook de zender van het RPF bedreigde mensen over de ether. Zo getuigde er namens de verdediging een hooggeplaatste figuur bij MRND, die getuigde onder de schuilnaam ‘I10’. ‘I10’ stelde dat hij bedreigd werd door RPF-zender Radio Muhabura, de zender zou mensen die weigerden mee te doen aan ‘hun’ oorlog vervolgd hebben en zijn familie zou daadwerkelijk zijn aangevallen. Zowel de getuige als Nahimana werden door de radio geïntimideerd, omdat zij lid van de extremistische CDR zouden zijn. ‘I10’ getuigde dat beiden in werkelijkheid nooit lid zijn geweest van CDR. Of te wel: waar RTLM zich volgens de aanklagers schuldig aanmaakte, leugens en intimidatie, dat deed Muhabura ook.
Ook in Nahimana’s interpretatie van de gebeurtenissen van 1994 komt een vorm van ‘accusation in the mirror’ naar voren. Aan de ene kant zegt hij de moorden vreselijk te vinden: “wat in Rwanda gebeurde was gruwelijk, duizenden, honderdduizenden Tutsi werden vermoord, voor geen enkele andere reden dan dat ze Tutsi, dit gebeurde in regio’s onder controle van de interim-regering,” Hij lijkt hier dus de genocide toch af te keuren, maar vervolgens zegt hij: ‘In regio’s die door RPF werden gecontroleerd, in Oost-Rwanda, werden duizenden Hutu’s afgeslacht om dat ze Hutu waren, het is echt afschuwelijk.” Met andere woorden de Tutsi’s werden vermoord, maar ze deden het zelf net zo hard.
Zelfs al zou Nahimana geen inhoudelijke verantwoordelijkheid gedragen hebben voor de uitzendingen van RTLM, dan nog heeft zijn betrokkenheid bij de zender als oprichter, als man die de paychecks tekende, als man die personeel kon aannemen en ontslaan, in combinatie met zijn status als vooraanstaand intellectueel en wetenschapper, legitimatie aan de zender en de inhoud van de uitzendingen gegeven. Zoals door allerlei projecten en fora in Nederland een commissie van aanbeveling wordt samengesteld met mensen die hun ‘goede’ naam verbinden aan deze zaak. Nahimana heeft, naast dat hij er werkzaam was, verschillende malen openlijk zijn steun aan RTLM uitgesproken.
Dat de moordenaars soms genoegen namen met slechts een ‘aanbeveling’ blijkt uit het verhaal van een andere Hutu professor. Deze man, die getrouwd is met een Tutsi, werd door militieleden uit zijn huis gehaald om mee te doen. Hij ging met een boek naast een roadblock zitten om zijn vrouw en kinderen te beschermen. Voor de genocidaires was de aanwezigheid van een professor voldoende om hen het gevoel te geven dat ze met een rechtvaardige zaak bezigwaren en hem en zijn familie verder met rust te laten. Die man kan je eigenlijk nauwelijks iets kwalijk nemen, hij heeft zelf niet gemoord, probeerde zijn gezin te beschermen en had zeker niet de macht het moorden te stoppen. Dat Nahimana zelf ook wijst op de veiligheid van zijn gezin is echter veel minder geloofwaardig, zijn vrouw en kinderen zijn Hutu’s en bovendien was hij een binnen de MRND hooggeplaatste politicus, die gezien zijn steun aan de extremisten, ongetwijfeld onder bescherming van het leger stond.
Wat Ferdinand Nahimana gedaan heeft, staat qua schuldvraag dan ook niet in verhouding tot deze professor. Nahimana was nauw betrokken bij de hoogste bestuurlijke kringen van het land. Hij was ‘ministeriabel’ zoals wij dat noemen, hij had al eerder de macht van de radio gebruikt voor valse propaganda met een bloedbad als gevolg en was medeoprichter van RTLM. De inhoud van RTLM was niet wezenlijk anders voor en na 6 april 1994, behalve dat er meer directe moordopdrachten gegeven werden. Maar voor die tijd was de zender net zo racistisch en anti-Tutsi als daarna, ook toen ageerden de omroepers tegen de vredesakkoorden en riepen zij op tot ‘op welke manier dan ook’ de problemen in het land op te lossen.
Zou Nahimana geen ideoloog, zoals Jules Streicher dat was van het nazistische antisemitisme, van de genocide zijn, dan was hij toch nog schrijftafelmoordenaar. In die zin is zijn eigen opmerking interessant: “people in charge of signing checks were not responsible for day to day running of the station”. Nahimana had, zeker als historicus, kunnen weten dat een internationaal tribunaal dat anders interpreteert. Maar Nahimana was veel meer dan een bureaucraat, hij was niet alleen verantwoordelijk voor het financiële en personeelsbeleid, hij bemoeide zich ook inhoudelijk met het uitzendbeleid van RTLM, bovendien profileerde hij zich, zo blijkt uit zijn eigen geschriften en opmerkingen, een ideoloog van het racisme tegen de Tutsi’s.
Lees verder: Hoofdstuk 5. Conclusie: een terechte veroordeling?

Gemeenteraads- verkiezingen in Amsterdam
Zappen, Sniffen en Klonen: interventies met RFID-chips