Laatste berichten

  • Een corporatiewoning huren wat kost dat eigenlijk?
  • RePress geactiveerd
  • Knus
  • Video: ‘De Valreep’ onderzoekt de achterkamertjes van Oostpoort
  • Nieuw literair blog

Archief

May 2012
S M T W T F S
« Apr    
 12345
6789101112
13141516171819
20212223242526
2728293031  

Flickr

Tags

(schijn)veiligheid Amsterdam apple Barack Obama Beestjes Brazilië burgerrechten censuur computertoestanden Darfur De Baarsjes elders foto Genocide hoofdlijn internet Israël journalistiek Latijns-Amerika Link media Mensenrechten milieu muziek natuur op pad Overig persoonlijk politiek privacy propaganda Racisme (en aanverwante thema's) recensie rechtszaken religie Rwanda Rwandese genocide suriname thuis Tweede Wereldoorlog Verenigde Staten verkiezingen verkiezingen 2006 webtv zijlijn
Ierse aanval op journalistieke kritiek

De Ierse krant de Irish News moet de eigenaar van restaurant Goodfellas 25.000 pond schade vergoeding betalen, schrijft Theo Dersjant op De Nieuwe Reporter, vanwege een negatieve recensie door recensente Caroline Workman in het jaar 2000 (“lasterlijk, beschadigend en kwetsend”).

Hoewel de recensie geen onjuistheden bevatten, zou deze volgens de jury beschadigend zijn voor het restaurant. Dat is niet zo gek natuurlijk, een slechte recensie is slecht voor een film, boek of restaurant dat gerencenseerd wordt, een goede recensie is juist voordelig. Zolang Workman goede argumenten geeft, heeft zij natuurlijk het volste recht om een restaurant (met slechte bediening, cola zonder prik en eten dat je niet nauwelijks kunt houden) volledig af te kraken. Sterker nog, dat is haar plicht als recensent.

Als dit vonnis in hoger beroep blijft staan is dat de doodslag voor de (journalistieke) kritiek. Een criticus mag dan alleen nog schrijven over dat wat hij goed vindt, waardoor de cultuurpagina’s van de krant zullen veranderen in een grote reclamefolder. En wat te denken van het economische nieuws? Mag er nog wel geschreven worden over bedrijven, die bijvoorbeeld het milieu schaden, zo’n artikel kan natuurlijk vreselijk ‘beschadigend’ zijn. Of over sport, als een sportcollumnist schrijft dat Ryan Babel in zijn laatste voetbalwedstrijd niet vooruit te branden was, is dat natuurlijk slecht voor zijn transferwaarde en de aandelen Ajax.

Laten we hopen dat het allemaal nog goed komt, desnoods voor het Europees Hof, want van de journalistieke onafhankelijkheid en persvrijheid heeft, zolang er geen haat gepredikt wordt, de rechter (en zeker een of andere jury) af te blijven.

mark ponte
11 February, 2007
Uncategorized
2 Comments
Tags: media, persvrijheid, recensie
[recensie] Vervreemding in drie verhaaltjes

Drie verhalen op vier locaties, in Zuid, noord-zuid, noord – de tweede roman van Sameer S. Mehendale – wordt de lezer van hot naar her gesleept. Van een luxueus ambassademilieu ergens in Afrika, via de homoscene in een Europese hoofdstad naar een door burgeroorlog verscheurd ontwikkelingsland, om op het Noord-Europese platteland te eindigen. Helaas is het Mehendale niet gelukt om van de drie verhalen, zoals de ondertitel van het boek ons wil doen geloven, één roman te maken.[Lees verder op Recensieweb]

mark ponte
30 January, 2007
Uncategorized
No Comments
Tags: recensie, recensieweb
[recensie] Te veel zielige moeders

Je hebt van die dagen waarin je de krant openslaat, er wat doorheen bladert, en hier en daar een gedeelte van een artikel leest, maar dat je je even later nauwelijks nog kan herinneren wat je gelezen hebt. Ligt het aan de inhoud of aan je eigen gebrek aan concentratie? Bij sommige boeken krijg je, zelfs als je ze gewoon van begin tot eind leest, hetzelfde gevoel. Je begint een verhaal te lezen en voor je het weet heb je het al weer uit. Als dit zich bij herlezing van de verhalen weer zo is dan is er toch echt iets mis met het boek en niet met je concentratievermogen. Maar wat?

Lees mijn recensie van [Harrie Geelen, Ooms en tantes/tantes en ooms]verder op recensieweb.nl

mark ponte
7 June, 2006
Uncategorized
No Comments
Tags: elders, recensie, recensieweb
[Webrecensie] Uitstekend graafwerk van The National Security Archive


In Nederland kennen we de ‘Wet Openbaar Bestuur’, een wet waar (geheime) overheidsdocumenten en beslissingen mee boven water gehaald kunnen worden. Helaas werkt die wet nog niet altijd even goed. Nog onlangs was er een groep journalisten die klaagde dat ze nauwelijks informatie boven water kregen, door tegenwerking van de instanties waar zij die opvragen en dat de documenten vaak zodanig gecensureerd worden dat ze nauwelijks nog bruikbaar zijn. In de Verenigde Staten hebben ze een zelfde soort wet de zogenaamde ‘Freedom of Information Act’. En het zijn niet alleen journalisten, die hier gebruik van maken ook academici zoals die van het onderzoeksinstituut The National Security Archive. Zij houden zich bezig met het openbaar maken van diplomatieke en inlichtingenbronnen met betrekking tot de Amerikaanse buitenlandse politiek. Van de Cuba-crisis, de inmenging in Zuid-Amerikaanse coups tot aan de kennis van de genocide in Rwanda, je vindt het allemaal terug op hun website.

Vele sterke staaltjes van onderzoek(-sjournalistiek) zijn hier, goed gedocumenteerd, voorzien van bronnen in ‘pdf-formaat’ en geluidsopnames op mp3, te lezen. Zo kunnen we bijvoorbeeld een opname beluisteren van een telefoongesprek van president Johnson over Brazilië. Daags voor de militaire coup d’etat, op 1 april 1964, zei hij. ‘Wij moeten alles doen om hen [de coupplegers] te helpen’ en ‘ik wil mijn nek hiervoor een beetje uisteken’. Dat is wat je noemt sterke bewijsvoering. Dit is het goede van deze website, natuurlijk je hoort regelmatig geruchten van inmenging van CIA en andere Amerikaanse organisaties in binnenlandse aangelegenheden. Maar NSA schrijft het allemaal, zonder een eenduidig moreel oordeel te vellen, op en plaatst er gelijk de bronnen bij om het te kunnen controleren.

Een ander voorbeeld is het gebruik van ‘G-woord’ met betrekking tot Rwanda. Regeringsverantwoordelijken nemen liever niet het woord genocide in de mond voor de situatie in Rwanda in april/mei 1994. Uit de door NSA boven water gehaalde documenten blijkt, wat we op zich al wisten, dat men het als genocide inschatte maar dat, dat de Verenigde staten eventueel zal dwingen tot ingrijpen. Zo schrijft de militaire inlichtingendienst in een rapport van 9 mei 1994 (link) dat: ‘het geweld geleid wordt door hoge regeringsfunctionarissen’, en dat het Rwandese leger bezig met het plegen van (jawel) genocide. Ook uit andere documenten van 13 en 16 mei blijkt dat men er in deze periode al van overtuigd is dat het in Rwanda om genocide gaat. Toch zou het nog bijna een maand, tot 10 juni, (toen de oorlog goeddeels voorbij was?), duren totdat het officieel genocide genoemd werd.

Met de sobere vormgeving en goedwerkende zoekmachine heeft NSA in een overzichtelijke website gemaakt, waarop zij uitstekend onderzoek naar de Amerikaanse buitenlandse politiek combineren met de mogelijkheden die het internet hen biedt: links naar de bewijsstukken, in plaats van vaak lastig te controleren voetnoten. Bovendien krijgen met die Amerikaanse variant van het ‘WOB-en’ zoveel informatie boven water, dat dit project eigenlijk ook in Nederland op deze manier navolging zou moeten krijgen.

Wat: The National Security Archive: http://www.gwu.edu/~nsarchiv/index.html
Door wie: Onderzoeksgroep van George Washington University
Over: Amerikaanse buitenlandse politiek
Genre(s): journalistiek en wetenschap

NB Sommige websites zijn zo goed, interessant of worden vreselijk overschat. In ieder geval erg de moeite waard om af een toe een website nader te bekijken en daarom vanaf nu “de webrecensie”.

mark ponte
17 January, 2006
Uncategorized
No Comments
Tags: recensie
De lotgevallen van een mislukte intellectueel

Vijfentwintig jaar vertedering en leedvermaak met Adriaan Mole

September dit jaar kwam de Nederlandse vertaling van het zesde dagboek van Adriaan Mole uit: Adriaan Mole en de massavernietigingswapens. Persoonlijk leerde ik Mole kennen op mijn dertiende verjaardag, toen ik Het geheime dagboek van Adriaan Mole 13¾jaar cadeau kreeg. Sindsdien zijn we, ondanks het leeftijdsverschil van ruim twaalf jaar, samen opgegroeid. Ik heb zijn dagboeken letterlijk stuk gelezen de afgelopen dertien jaar. En steeds weer ben ik verrukt als ik een nieuw Mole-dagboek in de boekhandel zie liggen. De door Sue Townsend geschreven ‘geheime dagboeken’ zijn inmiddels al bijna vijfentwintig jaar een groot succes zowel binnen als buiten Engeland. Er werden meer dan tien miljoen van verkocht er sinds de eerste in 1982 uitkwam. Maar wat maakt die fictieve dagboeken zo aantrekkelijk?

De antireligieuze, zichzelf communist noemende, republikein Sue Townsend heeft nog verscheidene andere romans en verhalenbundels geschreven. Ze was columnist, schreef scripts voor theaterstukken en hoorspelen. Haar eerste succes had ze eind jaren zeventig, maar het waren de dagboeken van Adriaan Mole die haar in de jaren tachtig enorm populair maakte. De boeken werden bewerkt tot theaterstukken, radiohoorspelen en televisieseries.

Als kind uit een arm arbeidersgezin verlaat Townsend al op 14-jarige leeftijd school, niet alleen omdat haar ouders het niet meer nodig vonden, maar ook, zoals zij het vorig jaar in een interview met The Independent zei: ‘wanneer je eenmaal Madame Bovary en Dostojevski hebt gelezen, wil je niet meer op school blijven’. Ze trouwde op haar achttiende en was een paar jaar later alleenstaande moeder van drie kinderen. Inmiddels is ze, als gevolg van haar diabetes, al een paar jaar bijna blind en kan nauwelijks meer lopen.

Barmhartige Samaritaan
De naïeve puber Adriaan Mole, besluit op ‘dertien-en-driekwart’-jarige leeftijd een dagboek bij te houden. Al snel beseft Adriaan zich dat hij intellectueel is of dat in ieder geval wil worden. “Nu weet ik zeker dat ik een intellectueel ben. Gisteravond zag ik Malcolm Muggeridge op de tv en ik begreep zowat alles wat hij zei. Kan niet missen als je alles bij elkaar optelt: een ongelukkige jeugd, slecht eten, niet van punk houden. Ik denk dat ik maar lid word van de bibliotheek, dan zien we wel”, schrijft Adriaan aan het begin van het zijn eerste dagboek. Natuurlijk houdt Adriaan zich in de eerste delen bezig met pukkeltjes, verliefdheid, de relatie met zijn ouders en de situatie op school. Maar er spelen veel grotere problemen. Er blijft Adriaan niet veel bespaard in zijn jonge leven, zijn ouders raken al snel werkloos, plegen regelmatig overspel en krijgen onechte kinderen, veelal zonder dat Adriaan het door heeft. Zo wordt hij het kind van een alleenstaande werkloze vader.

Al in het eerste dagboek leren we een aantal personages kennen, die de rest van de serie een belangrijke rol blijven spelen. Natuurlijk zijn ouders, die steeds hun huwelijk nieuw leven proberen in te blazen. Maar ook Pandora Braithwaite ‘met stroopkleurige haren’, Adriaans grote liefde, ontmoet hij al op veertienjarige leeftijd. Pandora is in alles het tegendeel van Adriaan: een meisje dat met alles altijd succes heeft, op school, op de universiteit, op liefdesgebied en later in de politiek. Adriaan probeert haar zijn hele leven terug te krijgen. En de volgslagen hopeloze achterbuurtnozem Barry Kent. Als kind wordt Adriaan door de jongen geterroriseerd. Maar terwijl Adriaan er vanaf zijn eerste gedicht ‘De kraan’ (‘Ik heb een gedicht geschreven in maar twee minuten. Zelfs beroemde dichters doen er langer over’) van overtuigd is, dat hij eens een groot schrijver zal zijn, is het juist de eens onnozele hals Kent die een succesvol schrijver wordt, van het type Irvine Welsh. Terwijl die arme Adriaan zijn ‘experimentele’ roman Ziet! De vlakke heuvels van mijn thuisland maar niet uitgegeven krijgt.

Ook de andere personages steken scherp af bij de brave Adriaan. Als lid van het schoolgroepje ‘de Barmhartige Samaritanen’ ontmoet hij de bejaarde, op bietjes, bier en Woodbines-sigaretten levende, communist Bert Baxter met zijn bijtgrage Duitse Herder Sabre. Een mopperende oude man, die Adriaan, hoewel vaak met tegenzin, tot aan zijn dood zal blijven verzorgen. Ook zijn andere (‘ex-beste’) vriend, de homoseksuele Nigel, leren we in het eerste deel kennen. Nigel, die in de eerdere delen vooral worstelt met zijn seksuele identiteit, krijgt in De massavernietigingswapens een belangrijke rol. Townsend ‘gebruikt’ hem, om het proces van het langzaam blind worden, dat ze zelf de afgelopen jaren heeft meegemaakt, te beschrijven. Net zoals Townsend tegenwoordig dagelijks door haar man wordt voorgelezen, gaat Adriaan Nigel iedere zondag een paar uur voorlezen, uit kranten en boeken.

Hoewel Adriaan ouder wordt en steeds verbitterder raakt, blijft hij altijd lijken op de dertienjarige puber, die hij ooit was: een naïeve, niet-hippe, niet al te snuggere jongen, bij vlagen scherp en humoristisch, met een groot gebrek aan zelfkennis. Hij draagt de ellende van de wereld en zijn omgeving als een lodenlast op zijn schouders, blijft ongelukkig in de liefde, wordt op zijn beurt ook de alleenstaande vader van twee kinderen uit verschillende relaties.

Hoge arbeidersklasse/lage middenklasse
Het mooie van de boeken is, dat je in de loop der jaren een kritisch maar heldere visie krijgt op de cultuur van de Engelse middenklasse (of zoals Mole het zelf noemt ‘hogere arbeidersklasse/lage middenklasse’): van de verplichte schooluniformen, de zondagse lunches in de pub, tot aan de adoratie van het koningshuis.

Alle belangrijke gebeurtenissen en ontwikkelingen in de recente geschiedenis van Engeland zijn te volgen door de ogen van Adriaan. De jaren van ‘Iron Lady’ Margareth Thatcher (vader George Mole is één van ‘Thatchers driemiljoen werklozen’) in de eerste twee dagboeken. De bezuinigingen van haar opvolger John Major: “Ik vervloekte een regering die mij van mijn leesvoer beroofd”, schrijft Adriaan als, in 1991, de bibliotheektijden verkort worden. Het optimisme in het eerste jaar na de verkiezing van Tony Blair en zijn ‘New Labour’. En in het laatste boek, de oorlog samen met de Amerikanen tegen Irak.

Maar ook op kleine schaal spelen politiek en maatschappij steeds een belangrijke rol. Vooral onder invloed van Pandora raakt Adriaan politiek geëngageerd en organiseert een ‘rode sokkenprotest’ tegen de verplichte zwarte sokken op school. Is Adriaan lid en medeoprichter van de radicale ‘Roze Brigade’. (“Wij discussiëren over onderwerpen als oorlog (zijn we tegen), vrede (zijn we voor) en de uiteindelijke ineenstorting van het kapitalistische systeem.”)

Binnen het gezin wordt er politieke strijd geleverd. Zowel de tegenstellingen tussen Labour en de Conservatieven als de feministische strijd spelen zich af binnen het, niet altijd gebroken, gezin Mole. Moeder Pauline wordt zich, na het lezen van Germaine Greers De vrouw als eunuch, bewust van haar onderdrukking, en stopt daarna, tot grote zorgen van Adriaan, met koken en het dragen van beha’s. Vader George blijft altijd, ondanks zijn bijstandsuitkering, stemmen op de conservatieven, en ziet zijn vrouw liever in de keuken staan. De machtstrijd tussen de linker en rechtervleugel van Labour in de jaren tachtig, zorgt ervoor dat de ouders van Pandora niet van bed, maar wel van studeerkamer gescheiden leven.

Vooral in de latere delen neemt die kritiek op maatschappij en politiek toe. In De Cappuccinojaren wordt jeugdvriendinnetje Pandora parlementariër en staatssecretaris onder Tony Blair (één van ‘Blair’s babes’ zoals Townsend dat type in een interview met Daily Mail noemde). Maar ook culturele tendensen worden bekritiseerd, zo wordt de toename van de televisiekoks belachelijk gemaakt als Adriaan, die op dat moment niet kan koken, maar wel chef-kok in een slecht maar zeer populair restaurant, mislukt als televisiekok van het programma ‘Slachtafval!’. Komisch is de introductie van de concurrerende dagboekschrijfster Bridget Jones (van Helen Fielding). Zonder een greintje zelfkennis schrijft de jaloerse Adriaan in zijn dagboek: ‘de vrouw is geobsedeerd door zichzelf! Ze schrijft alsof ze de enige ter wereld is met problemen’. En ja, De massavernietigingswapens ontleent natuurlijk zijn titel aan de oorlog tegen Irak, die een grote rol in het boek speelt. Adriaans achttienjarige zoon wordt naar Irak gestuurd. En Adriaan voelt zich, met zijn volstrekt kritiekloze vertrouwen in Blair, genoodzaakt zijn premier overal te verdedigen.

Een nadeel van de hoeveelheid dagelijkse Britse realiteit in boeken is wel dat de ‘buitenlandse’ lezer van alles kan ontgaan. Hoewel de vertalingen van Huberte Vriesenkoop in de loop der jaren steeds beter zijn geworden, missen ze altijd een verklarende namenlijst. Welke Nederlandse lezer weet er bijvoorbeeld wie Frank Bough is of luistert naar The Archers? Natuurlijk met Google of Wikipedia is het tegenwoordig makkelijk te achterhalen om wie het nou eigenlijk gaat, maar erg praktisch is dat niet.

Bitterzoet
Meer nog dan de spiegel die de Britse maatschappij voorgehouden krijgt, die op zichzelf vaak al erg komisch is, is het de bitterzoete humor de kracht van de hele reeks. Er zijn maar weinig boeken waarin je zo vaak hardop lacht om de verwikkelingen, opmerkingen en situaties. En er zijn al helemaal weinig ‘vervolgromans’ die dat met succes kunnen volhouden. Toch slaagt Townsend daar ieder boek opnieuw in. Zoals Bart Dirks in de Volkrant schreef na het verschijnen van De Cappuccinojaren: “Het hilarische dagboek kan maar beter alleen worden gelezen. Zo niet, dan willen anderen voortdurend weten waarom de tranen je over de wangen rollen. Van het lachen, wel te verstaan.”

Zo is er de steeds terugkerende komische naïviteit van Adriaan in talloze brieven, die hij naar bekende persoonlijkheden schrijft. In zijn jonge jaren heeft hij nog een leuke correspondentie over zijn poëzie met presentator John Tydeman van de BBC, aan wie Townsend zelf destijds de eerste stukken over Mole op stuurde. Ook in deze briefwisseling laat hij weliswaar zijn wereldvreemdheid zien (‘Kan het uitgezonden worden in de serie klassiekers?’), maar dat kan je de veertienjarige Mole nog nauwelijks kwalijk nemen, ze laten vooral zijn ambitie en vertrouwen in de toekomst zien. Tien jaar later merkt hij, als zelfs Tydeman de moed heeft opgegeven, verbitterd op: “Ik word volgende maand 24 en ik moet bekennen, lief dagboek, dat ik verwacht had op die leeftijd te corresponderen met allerlei interessante en boeiende mensen. In plaats daarvan schijnt de wereld mij te zien als iemand die ’s morgens opstaat, zijn thermische ondergoed aantrekt, zijn velours gordijnen opentrekt en in de nieuwe Reader’s Digest begint te lezen.” Dit nadat zijn post opnieuw uit slechts geadresseerde reclamefolders bestond.

Gelukkig weerhoudt dit hem er niet van om steeds opnieuw, vaak op uiterst brutale wijze, contact te zoeken met bekende persoonlijkheden, zo merkt hij bij de dood van Graham Greene droog op: “Vier jaar geleden heb ik hem geschreven om hem te wijzen op een fout in zijn boek The Human Factor. Ik heb er nooit antwoord opgekregen.” De massavernietigingswapens begint zelfs met een brief waarin hij Tony Blair vraagt hem een (liefst handgeschreven) briefje te sturen, met een bevestiging dat Sadam Hoessein enorme hoeveelheden massavernietigingswapens heeft, die bovendien binnen 45 minuten Cyprus plat kunnen bombarderen. Mole vraagt dit niet omdat hij de aanleiding van de oorlog tegen Irak betwijfelt. Hij vraagt dit omdat zijn reisbureau de aanbetaling van zevenenvijftig pond en tien pence niet wil terugbetalen, nadat Mole zijn reis naar Cyprus, uit angst voor de wapens van Sadam, heeft geannuleerd.

Ook zijn onhandigheid met vrouwen leidt tot komische situaties. Zoals wanneer Bianca, een meisje dat al maanden duidelijk avances richting Adriaan maakt, hem helpt met het repareren van zijn douche, waarna zij wachtend op zijn initiatief blijft dralen en op zijn bed gaat liggen. “Ik wilde wel naast haar op bed liggen, maar ik wist niet zeker hoe ze daarop zou reageren. Zou ze me verwelkomen met open armen en benen? (…) Vrouwen zijn een groot raadsel voor me. Het ene ogenblik wapperen ze met hun wimpers, het volgende noemen ze je een seksistisch varken.” Als zij later teleurgesteld vertrekt, nadat Adriaan zijn huisbaas heeft gehaald om haar wakker te maken, en hem de volgende dag totaal negeert schrijft hij. “Het is maar goed dat ik gisteravond niet naast haar op bed ben gaan liggen. Anders zat ik nu misschien wel in de gevangenis voor aanranding.” Tien jaar later is het andersom. In De massavernietigingswapens probeert hij maandenlang, al even onhandig, een goed excuus te verzinnen om zijn vriendinnetje Marigold te kunnen verlaten.

De hilarische situaties en de ellende waarin Mole verzeild raakt stapelen zich in ieder dagboek weer op. Het opsluiten van de hond na het uitbreken van de Falkland-oorlog aan de andere kant van de wereld, omdat die niet tegen harde knallen kan. Het hamsteren, bij de dreiging van de eerste golfoorlog. Zijn oma die al in november boos opbelt, waarom ze nog steeds geen kerstkaart ontvangen heeft. Een goedkope cruise over de Russische meren, blijkt een survivaltocht met kano te zijn, vol muggen en ontbering. De zoveelste afwijzingsbrief van een uitgever. Zijn vriendinnetje Bianca gaat ervandoor met de tweede man van zijn moeder. Soms krijgt de ergste ellende toch een positieve draai. Na het afbranden van zijn huis, schrijft Adriaan: ‘Ik heb me vaak afgevraagd hoe ik het hoofd zou bieden aan brand, overstromingen en storm. Zou ik in paniek wegrennen om mijn eigen leven te redden? Tot vandaag verdacht ik mijzelf ervan dat ik dat zou doen. Maar toen ik wakker werd van het exploderende glas, de verstikkende rook en de scherpe vlammen op de trap, merkte ik dat mijn eigen leven totaal onbelangrijk voor me was.’ Wat er ook gebeurd, Adriaan neemt zichzelf en de wereld altijd even serieus.

Het is die mengeling van idiote situaties en rare verwikkelingen, met het droge commentaar van iemand die zichzelf volstrekt serieus neem, die de dagboeken zo goed maakt. Het zorgt ervoor dat het niet alleen op de lachspieren werkt, maar ook een goed gevoel over jezelf geeft. Het biedt de lezer troost, een gevoel van ‘zo erg is het gelukkig nog niet met mij gesteld’. Het zijn van die boeken die je niet alleen wil (her)lezen om eens lekker te lachen, het zijn boeken die het leven, op een triest of ongelukkig moment, weer een stuk dragelijker maken. Je kan niet alleen met Adriaan lachen, je kan vooral ook om hem ook uitlachen. Een mengeling van vertedering en leedvermaak, die allemaal nog eens versterkt wordt, door de zweem van authenticiteit, die de dagboekvorm geeft.

Het is te hopen dat Townsend ondanks haar handicaps in staat zal zijn en zin heeft om haar prachtige reeks voort te zetten. En het einde van De massavernietigingswapens biedt daarop perspectief. Na een intermezzo van een jaar schrijft Adriaan op 22 juli 2004: “Gelukkige mensen houden geen dagboek bij, zei ik vanmorgen in bed tegen Daisy. Ze reageerde een beetje gealarmeerd, ‘maar waarom begin je er dan weer een?’ Ik zei, ‘Ik overweeg mijn autobiografie te schrijven.’ (…) ‘Wat is er om over te schrijven?’”

Mark Ponte (zesentwintig jaar en 3 weken).

23 december 2005

De geheime dagboeken van Adriaan Mole:
Het geheime dagboek van Adriaan Mole 13 3/4 jaar<br>Sue Townsend
Het geheime dagboek van Adriaan Mole 13 3/4 jaar
Sue Townsend
Adriaan Mole en de massavernietigingswapens<br>Sue Townsend
Adriaan Mole en de massavernietigingswapens
Sue Townsend

Het geheime dagboek van Adriaan Mole 13¾jaar (1985), De groeipijnen van Adriaan Mole (1989), De bekentenissen van Adriaan Albert Mole (1990), Adriaan Mole: Jungle jaren (1994), Cappuccinojaren (1998), Adrian Mole en de Massavernietigingswapens (2005).
Door: Sue Townsend
Vertaald door Huberte Vriesendorp (het laatste deel door Ineke van Bronswijk)
De Nederlandse vertalingen zijn uitgegeven door Uitgeverij De Fontein en de eerste drie ook als Flamingo Pockets. In het Engels zijn ze onder meer uitgegeven door Penguin Books.

NB Voor dit artikel is tevens gebruik gemaakt van interviews met Sue Townsend in The Independent en Daily Mail. Alleen bij The massavernietigingswapens is gebruik gemaakt van de Engelse versie en zijn de vertalingen van mijzelf.

Mark
23 December, 2005
Uncategorized
No Comments
Tags: recensie
« Previous Entries
  • Andere schrijfsels
    • Autoritaire theorie en de parlementaire praktijk
      • 1. Inleiding
      • 2. Achtergrond
      • 3. Een gezaghebbende regering geworteld in het volksorganisme
      • 4. De parlementair- democratische praktijk
      • 5. Conclusie
    • Inkureisushe – Heet nieuws
      • 1. Inleiding
      • 2. De rol van de media en de intellectuele elite in de Rwandese Genocide
      • 3. De Rol van Ferdinand Nahimana bij de Genocide in Rwanda
      • 4. Het verhaal van Ferdinand Nahimana
      • 5. Conclusie: een terechte veroordeling?
    • Zappen, Sniffen en Klonen: interventies met RFID-chips
  • Links
  • Over
Mashup van voetnoot.org, oorspronkelijk ontwerp van createwebsites.pl