Vijfjarig meisje uit Batavia zonder moeder in Amsterdam

Willemina Markus was pas vijf toen zij werd meegenomen naar Amsterdam, haar moeder bleef in slavernij achter in Batavia. De laatste jaren is er meer aandacht voor het Nederlandse slavernijverleden in Azië. Gedurende de zeventiende en achttiende eeuwen leefden er vele tienduizenden mensen in gebieden onder het beheer van de Verenigde Oost-Indische Compagnie in slavernij. Sommige van hen kwamen uiteindelijk in de Republiek terecht, als knecht, dienstmeid en soms zelfs een kind, zoals Willemina.

Lees meer op alleamsterdamseakten.nl

Geld lenen aan plantages op het eiland St. Croix

Amsterdamse handelshuizen hielden zich niet alleen bezig met plantages in Nederlandse koloniën als Suriname en Berbice. Tijdens het indexeren op Velehanden kwam BMH de oprichtingsakte tegen van een negotiatiefonds, een soort investeringsfonds, ten behoeve van planters op het Deens Caribische eiland St. Croix. 

In totaal werd er ‘zes maal honderd negentien duizend zevenhonderd drie en dertig guldens’ ingelegd door enkele honderden investeerders. In de akte die bij Notaris Homrigh werd opgemaakt, vinden we de namen van alle investeerders. Het gaat om mensen uit diverse steden in de Republiek, zoals Alkmaar, Nijmegen en Vianen. Onder de de investeerders waren uiteraard veel Amsterdammers, niet alleen komen we bekende familienamen tegen zoals Geelvinck, Van Lennep, Bicker en Clifford, notaris Homrigh zelf investeerde niet minder dan 9000 gulden op naam van diverse familieleden. Als allerlaatste worden de twee meest prominente investeerders opgevoerd: zes aandelen van elk duizend gulden op naam van “Zijne doorl. Hoogheid Prins Willem de Vijfde, Erfstadhouder der Vereenigde Nederlanden’ en ‘Anna van Brunswijk Lunenburg Kroonprinces van Groot Brittanien’.

Lees meer op Alle Amsterdamse Akten

Mi mus’ singi – Een wellustig liedje uit Suriname

Het Sranantongo is één van de weinige creooltalen met een rijke geschreven traditie die teruggaat tot ver in de achttiende eeuw. Taalgidsen, toneelteksten, bijbelvertalingen en kerkelijke liedboeken geven ons een goed beeld van het taalgebruik en de taalsystematiek van het 18e eeuwse Sranantongo.

Eén genre, dat van de erotische literatuur, bleef echter tot op heden onbesproken, omdat er simpelweg geen 18e eeuwse Surinaamse teksten waren overgeleverd. De recente ontdekking van een zinnenprikkelende liedtekst in het archief van de Weeskamer stelt ons voor het eerst in staat om van dit genre kennis te nemen. De ontdekking betreft het eerste erotische lied in de geschiedenis van het Sranantongo. De tekst is door ons getranscribeerd, hertaald naar het hedendaagse Sranantongo (cursief) en vrij vertaald naar het Nederlands om vervolgonderzoek te faciliteren.

Download de transcriptie en vertaling door Margot van den Berg, Gracia Blanker, Maikel Groenewoud en Mark Ponte