Heibel in Herberg de Hulk

Een dronken opschepper aan de Gaasp

‘Siet daer, dat geef ik u’. Met die woorden smeet de dronkenlap een bosje gras waarmee hij net z’n gat had afgeveegd naar Weyntje Schouten, de keurige vrouw van de Amsterdamse koopman Pieter Gerritsz Hooft. Het was op een zomeravond in 1639 en het gebeurde in de tuin van herberg De Hulk bij de Gaasp, aan de rand van de Bijlmer.

Lees het artikel op de website van Ons Amsterdam.

Verschenen op papier in april 2019.

De mannenleeuw van Blaauw Jan

Op 16 augustus 1737 verkocht Jan Hendrik Mets, kastelein in herberg de Hoop, beter bekend als Blaauw Jan aan de Kloveniersburgwal, de inboedel, inclusief ‘gediertens’, aan zijn opvolger Anthonij Bergmeijer. Verkocht werden onder meer acht rode en één blauwe ‘ravens’ (ara’s), samen 400 gulden, een witte kakketoe voor 70 gulden en drie apen voor 55 gulden. Verreweg het duurste dier was een ‘manne leeuw’, die voor niet minder dan drieduizend gulden genoteerd staat. Voorwaarde was wel dat het dier gezond geleverd zou worden. De waarde van dit roofdier laat zien dat hij een belangrijke trekpleister van de beroemde herberg moet zijn geweest.

Lees verder op www.alleamsterdamseakten.nl

Vechtpartij tussen Italianen en Noren, 1697

Op 12 maart 1697 wordt de 22-jarige zeeman Jan Jorisz van Smirna (nu İzmir in Turkije) opgepakt bij een vechtpartij tussen Italiaanse en Noorse zeelui in Amsterdam. Na enkele dagen in de boeien gezeten te hebben wordt de Griekse zeeman op 15 maart heen gezonden. De onderstaande summiere aantekeningen van het verhoor zijn bewaard gebleven:

Gevraagd: “Of het niet waar is dat hij gevangene verleden zaterdag niet met een ‘bloot stilet in de hand’ een aantal Italianen hielp die met Noren vochten? En of hij niet een ieder die de vechtjassen uit elkaar probeerde te halen daarmee bedreigd heeft?”
Antwoord van de verdachte: “Dat hij het stilet in zijn zak had en pas toen hij de ‘dienders’ zag het uit zijn zak heeft gehaald en aan een ander te hebben gegeven.”

In de rubriek ‘Anekdote’ kleine vondsten 

Rembrandt en zijn zwarte buren

Wie in 1656 in de Jodenbreestraat kwam, liep mensen tegen het lijf van over de wereld. Ze trokken de aandacht, zeker de mensen van Afrikaanse afkomst die in die buurt woonden. Het moet voor Rembrandt en zijn collega’s als Govert Flinck een inspirerende omgeving geweest zijn. Hij maakte dankbaar gebruik van deze zwarte Amsterdammers als model voor etsen, tekeningen en schilderijen.

Nu in het themanummer over Rembrandt in Ons Amsterdam.

 

Meer weten? Op 20 januari ga ik met theatermaker en curator Jörgen Tjon A Fong in gesprek over Rembrandt en zijn zwarte buren. 15 uur in het Stadsarchief Amsterdam, toegang is gratis.

 

 

Een Griekse zeeman en een Marokkaanse diplomaat

Voor Ons Amsterdam schrijf ik een serie artikelen op basis van Alle Amsterdamse Akten. Naar aanleiding van het thema ‘buitenlanders in de stad’ van de Open Monumentendag(en) 2018, schreef ik over een Griekse zeeman en een Marokkaanse diplomaat in de achttiende eeuw.

De ‘swarten’ van de 17de eeuw

Onlangs werd ik door Patrick Meershoek van Het Parool geïnterviewd over mijn onderzoek naar Afro-Amsterdammers in de zeventiende eeuw. Het artikel “De ‘swarten’ van de 17de eeuw’ verscheen op 12 mei in Het Parool en is online voor een paar dubbeltjes te lezen via Blendle.

Een Afro-Amsterdamse gemeenschap in de zeventiende eeuw

Mark Ponte

English version

Vanaf het moment dat de Hollanders en Zeeuwen aan het eind van de zestiende eeuw actief werden in het Atlantisch gebied kwamen er mensen van Afrikaanse afkomst al dan niet vrijwillig in Amsterdam. Dat blijkt uit de doop- en trouwregisters en uit zeventiende-eeuwse notariële akten.

Het vroegste huwelijk van een Afrikaan in Amsterdam dat ik tot nu toe ben tegengekomen was nog in de zestiende eeuw. Op 2 januari 1593 ging de 29-jarige verversgezel Bastiaan Pietersz van ‘Maniconge in Afryken’ in ondertrouw met de Amsterdamse weduwe Trijntje Pieters. Zestien maanden later werd hun dochtertje Madelen gedoopt in de Nieuwe Kerk. In 1604 kocht Abdon de Kuiper van het Afrikaanse eiland São Tomè poorterrechten. Het jaar daarna trouwde hij met met Aeltje Gerrits van Wezel.

Ondertrouwakte Bastiaan Pieters van Maniconge in Afryken

In de loop van de zeventiende eeuw nam het aantal Amsterdammers van Afrikaanse afkomst gestaag toe en vanaf de jaren 1630 kunnen we spreken van kleine Afrikaanse gemeenschap van enkele tientallen mannen en vrouwen geboren in Afrika, maar ook in Brazilië en het Caribisch gebied. In deze periode werd er voornamelijk onderling getrouwd, en ook als er getuigen nodig waren bij een doop, huwelijk of notariële akte dan zocht men die in de eigen kleine kring. Aan de hand van dit soort heb ik een netwerk van mensen in kaart gebracht die elkaar goed moeten hebben gekend. De resultaten van dit onderzoek worden hopelijk later dit jaar gepubliceerd.

Zwarte zeemannen en soldaten

Tussen 1630 en 1670 waren de meeste Afrikaanse mannen die in Amsterdam trouwden zeeman of soldaat in dienst van de WIC en ook VOC. Zij trouwden met zwarte vrouwen, die waarschijnlijk meestal als bediende in de stad terecht waren gekomen. Soms trouwde men na afloop een maritieme carrière. Zoals Pieter Claesz Bruin van Brazil, die vanaf 1640 in notariële akten te vinden is als zeeman voor de WIC. In 1649 trouwde de inmiddels 44-jarige Pieter Claesz in Amsterdam met Lijsbeth Jans van Angola.

Anderen trouwden voordat ze weer naar zee vertrokken, zoals de Anthonio Manuel van het Kaapverdische Sint-Jago eiland die in de Turfstraat woonde. In 1632 trouwde hij met de eveneens Kaapverdische Hester Jans en vertrok vervolgens met een WIC-schip naar Brazilië. Twee jaar later was hij opnieuw in Amsterdam, vroeg een scheiding aan wegens overspel, en trouwde vervolgens met Magdalena Jans van Angola.

Waar woonden ze?

Deze meeste zwarte Amsterdammers in de zeventiende eeuw woonden in wat we nu de oude Jodenbuurt noemen, het gebied rond de Jodenbreestraat, het eiland Vlooyenburg (waar nu de Stopera staat), bij de voormalige St. Antonispoort en Leprozenhuis (Meester Visserplein). Net zoals veel andere arme immigranten woonden ze vaak met meerdere gezinnen in kleine kelderwoninkjes in stegen en gangen.  Zoals in de nu nog bestaande turfsteeg waar Anthony Manuel met zijn gezin woonde en de verdwenen Pauwengang bij de Joden Houttuinen. Maar niet iedereen woonde in een achteraf steegje. Vaandrig Francisco d’Angola woonde in 1659 op de hoek van de Jodenbreestraat en de Markensteeg. Francisco had in Nederlands-Brazilië de leiding had gegeven aan een Compagnie van zwarte soldaten in dienst van de West-Indische Compagnie (WIC).

Uiteraard was dit ook de buurt waar Rembrandt zijn atelier had. In zijn periode in de Jodenbreestraat tekende en schilderde Rembrandt diverse Afrikaanse mannen en vrouwen, zoals het schilderij bovenaan deze blog, zeer waarschijnlijk zijn eigen buurtgenoten.

Kaart met een aantal adressen van Afro-Amsterdammers (1616-1660)

Links:

De laatste tijd krijg ik regelmatig vragen over mijn onderzoek naar Afrikanen in zeventiende-eeuws Amsterdam. Ik hoop in de loop van 2018 een aantal artikelen hierover te publiceren. In afwachting daarvan schrijf ik hier alvast wat korte blogs met onderzoeksresultaten. Voor meer informatie kun je altijd contact opnemen, bijvoorbeeld via twitter @voetnoot.

Van vrijheid in Amsterdam tot onderdrukking op de plantages

Surinaamse geschiedenis door de ogen van de voorouders van Jörgen Raymann

Verborgen Verleden laat zien dat je aan de hand van persoonlijke verhalen zoals die van David Nassy ingewikkelde geschiedenis op een aangrijpende en begrijpelijke manier toegankelijk kan maken.

In het televisieprogramma Verborgen Verleden gaan bekende Nederlanders op zoek naar de geschiedenis van hun voorouders. Dit levert vaak mooie en ontroerende verhalen op over gewone mensen tegen de achtergrond van grote gebeurtenissen in het verleden, zoals een soldaat in het leger van Napoleon of Ieren op de vlucht voor de hongersnood van 1845. Zo’n confrontatie met het vaak zware leven van voorouders kan een heftige ervaring zijn. Dat gold in het bijzonder voor de aflevering van Jörgen Raymann waaraan ik een bijdrage mocht leveren.

Lees verder op Over de muur