Amsterdam, 1 november 1656
Juliana was een Afro-Braziliaanse vrouw die na de herovering van Recife door de Portugezen in 1654 in Amsterdam terecht was gekomen. Als jong meisje werd zij gekocht door koopman Eliau de Burgos. Nadat Juliana nog anderhalf jaar voor in slavernij had gewerkt in Amsterdam, wilde De Burgos naar het Caribische eiland Barbados vertrekken, Juliana besloot niet mee te gaan maar in vrijheid verder te leven.

Op 1 november 1656 legde koopman Eliau de Burgos in Amsterdam een verklaring af bij een Amsterdamse notaris over de slaafgemaakte Juliana. De Burgos liet op tekenen dat hij Juliana in Brazilië had gekocht toen ze tien of elf jaar oud was en ‘dat hij deselve […] altijt bij hem behouden & tot sijn slavinnen gebruickt heeft tot dat het Recif aende Portugeesen overgegaan is”.
Volgens slavenhouder De Burgos had Juliana hem gesmeekt haar niet te verkopen aan de Portugezen, maar haar in plaats daarvan mee te nemen naar Amsterdam. Of dat waar is, valt te betwijfelen, maar duidelijk is dat zij eenmaal in Amsterdam achter is gekomen dat slavernij volgens het gewoonterecht helemaal niet was toegestaan in de stad. In 1644 was dat nog eens opgenomen in de boeken met ‘Keuren en Costumen’: “Binnen der Stadt van Amstelredamme ende hare vrijheydt, zijn alle menschen vrij, ende gene Slaven” (hoofdstuk 34 Van den Staet ende conditie van persoonen). Ieder mens in Amsterdam was dus een vrij persoon, maar die vrijheid werd niet automatisch verleend. Het tweede artikel bepaalde hoe je die vrijheid op kon eisen: “… alle slaven, die binnen deser Stede […] komen ofte gebracht worden; zijn vrij ende buyten de macht ende authoriteyt van haer Meesters, ende Vrouwen; ende by soo verre haere Meesters ende Vrouwen de selve als slaven wilden houden, ende tegens haeren danck doen dienen, vermogen de selve persoonen haere voorsz. Meester ende Vrouwen voor den Gerechte deser Stede te doen dagen, ende hen aldaer rechtelyck vry te doen verklaren.”
Vrijheid gold dus in theorie voor iedereen, maar om die te bereiken moest je er wel van op de hoogte zijn, de mogelijkheid hebben om naar de autoriteiten te stappen, en natuurlijk een plek hebben om naartoe te gaan na het verkrijgen van de vrijheid. Juliana had die kennis en besloot niet naar het gerecht te stappen maar weg te lopen. De kennis pover de vrijheid in de stad had zij gekregen van mensen in haar omgeving. Volgens De Burgos, was zij opgestookt door “andere die haer wijs gemaeckt hebben dat sij alhijer vrij & ongehouden was hem [..] te dienen”.
Het is waarschijnlijk dat zij in de omgeving van de Jodenbreestraat in contact was gekomen met vrije Afro-Amsterdammers die daar ook woonden en haar geholpen hebben, met kennis en wellicht ook met onderdak.
Meer over Juliana:
‘Juliana eist haar vrijheid op’, Ons Amsterdam, juli/augustus 2020.
De Afro-Braziliaanse Juliana in Amsterdam / A afro-brasileira Juliana em Amsterdã, Historias da Nova Holanda (Stadsarchief / Biblioteca Nacional), december 2020.
‘Tussen slavernij en vrijheid’ in: Pepijn Brandom e.a., De slavernij in Oost en West. Het Amsterdam onderzoek (Spectrum; Amsterdam 2020) 248-256.
‘Zwarte vrouwen in het midden van de zeventiende eeuw’, in: Maarten Hell ed., Amstelodomum. Alle Amsterdamse Akten. Ruzie, rouw en roddels bij de notaris, 1578-1915 (Amsterdam 2022) https://www.researchgate.net/publication/365235833_Zwarte_vrouwen_in_het_midden_van_de_zeventiende_eeuw