Leven tussen ’t Recief en Amsterdam

Kort na haar oprichting in 1621 liet de West-Indische
Compagnie (WIC) haar oog vallen op de suikerregio’s in het
noordoosten van Brazilië. In 1624 lukte het om Salvador de
Bahia te bezetten, de Portugese hoofdstad van Brazilië.
Door gebrek aan ondersteuning moesten de Nederlanders
de stad al gauw weer opgeven, maar in 1630 slaagden ze
erin de suikerregio’s Paraiba en Pernambuco te veroveren.
Als het grootste suiker producerende gebied ter wereld, was
Pernambuco de hoofdprijs. Deze gebieden vormden de basis
voor de kolonie Nova Holanda of Nederlands-Brazilië, met als
centrum ’t Recief, het huidige Recife.

De korte tijd dat de Nederlanders het er voor het zeggen
hadden, was een tijd van ongekende diversiteit. In Recife
woonden mensen van verschillende geloven, etnische
herkomst en culturen. De WIC hield zich op grote schaal
bezig met slavenhandel en duizenden tot slaaf gemaakte
Afrikanen kwamen door Recife op weg naar de suikerplantages.
De Hollanders smeedden ook allianties met de inheemse
bevolking, de ‘Brasiliaenen’, en Recife kende de eerste
joodse gemeenschap van Amerika. Omdat de kolonie vrijwel
permanent in staat van oorlog was, waren er ook duizenden
huursoldaten: jongens en jongemannen uit heel Europa die
hun eigen talen en culturen meebrachten.

Samen met Bruno Miranda schreef ik een stuk voor het tijdschrift Monumentaal.

Bewogen Beeld

Op 2 april is in het Mauritshuis in Den Haag de tentoonstelling Bewogen beeld – Op zoek naar Johan Maurits geopend. Aan de tentoonstelling hebben 46 mensen van buiten het museum een bijdrage geleverd, ook ik mocht twee teksten schrijven en zal later dit voorjaar twee lezingen verzorgen.

Sinds de heropening van het Mauritshuis in 2014 is sprake van een bewustwordingsproces rondom het koloniale verleden van Johan Maurits en de manier waarop het Mauritshuis informatie hierover met het publiek deel“, schrijft curator Lea van der Vinde op de site van het Mauritshuis. Nadat er een ruimte in het museum werd ingericht met informatie over Johan Maurits en over ‘Nederlands-Brazilië’ werd in 2017 besloten de plastic replica van een borstbeeld van Johan Maurits uit de centrale hal van het museum te halen. Wat in januari 2018 tot nogal wat tumult in de (sociale) media leidde. “De stroom aan opiniestukken, achtergrondartikelen, interviews en de honderden tweets die aan de zogenaamde ‘beeldenstorm’ werden gewijd, maakten duidelijk dat de wijze waarop musea omgaan met de koloniale geschiedenis van Nederland enorm leeft binnen de maatschappij”, schrijft Van der Vinde. Zo gaf de kwestie een hele nieuwe wending aan de al bestaande plannen voor een tentoonstelling over Johan Maurits. Die tentoonstelling is er nu en ik mocht twee kleine bijdragen leveren.

Ik ben trots en vereerd dat mijn tekst naast de ‘Twee Afrikaanse mannen’ van Rembandt hangt in de tentoonstelling. Vooral ook omdat dit schilderij naar aanleiding van mijn onderzoek is opgenomen in de tentoonstelling.

Over de bijdrage van diverse mensen aan de tentoonstelling schreef Van der Vinde: “Dat kan soms heel persoonlijk van aard zijn, maar ook nieuwe wetenschappelijke inzichten spelen een belangrijke rol. Zo blijkt nu dat Rembrandts Twee Afrikaanse mannen mogelijk ook een Nederlands-Braziliaanse connectie heeft. Recent onderzoek laat zien dat in zeventiende-eeuws Amsterdam een gemeenschap bestond van vrije Afrikaanse mannen en vrouwen.”

Het tweede tekstje dat ik schreef voor de tentoonstelling over Johan Maurits in het Mauritshuis gaat over zijn persoonlijke betrokkenheid bij de slavenhandel. Daarover sprak ik ook met RTL Nieuws. Zij namen ook de verwijzing naar Anton de Kom de kom op, die al in de jaren 1930 wees op de bouw van het ‘Suikerpaleis’ over de rug van tot slaaf gemaakte Afrikanen.

Lees ook de column van Lotfi El Hamidi in NRC: “Het Mauritshuis had op geen beter moment met de tentoonstelling kunnen komen“.